Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegen. Ten eerste langs den gedegen weg der ervaring. De priesters van alle Indo-Germaansche godsdiensten hebben in een verre oudheid, in Indië, in Babyion, in Perzië, in Egypte, het aanzicht van den sterrenhemel bestudeerd, en daarbij vooral gelet op wat zij het gemakkelijkst en zekerst konden waarnemen: de wederzijdsche plaatsverhoudingen der hemelteekenen, veroorzaakt door de gemeenschappelijke en individueele bewegingen daarvan. Daarbij hebben zij gemeend een zeker samengaan te kunnen vaststellen tusschen verschillende standen van enkele hemellichamen en gebeurtenissen hier op aarde, onder de menschen, in de levende en zelfs in de doode natuur. Een doodgewoon en onbetwistbaar voorbeeld is het verband tusschen eb en vloed der zeeën en den stand van zon en maan aan den hemel. Maar bovendien hebben zij gemeend te vinden, dat er onder de menschen duidelijke verschillen in aanleg, karakter, levensloop en lot bestaat, al naar den tijd van het jaar waarin zij geboren zijn en dus vooral, al naar den onderlingen stand aan den hemel van verschillende sterren (zon en maan en de planeten daartoe gerekend!)

Deze wijze, waarop de menschheid tot het axioma der astrologische kennis geraakt is — het waarnemen en het statistisch verwerken van ervaringsfeiten — onderscheidt zich in niets van de wijze waarop alle overige natuurwetenschappen ontstaan zijn. Een tweede weg, waarop de menschheid tot astrologisch inzicht geraakt is, bestaat in de meditatie: ieder die het geestelijk instrument der geschoolde en getrainde intuïtie met aandacht en volharding gericht heeft op het vraagstuk, zal dezelfde resultaten bereiken: er is verband tusschen het leven der Aarde en het leven van den Kosmos. Zoo vullen de exotherische (naar den buitenkant gerichte) en de esotherische (naar binnen gerichte) onderzoek-methodes elkander aan. Een andere vraag is nu: hoe moet men het verband tusschen aarde en hemel opvatten? Dat kan men doen op verschillende manier. Men kan zich voorstellen, dat het Al een eenheid vormt. Een levende eenheid, waarin of waardoor een onbeseffelijk verheven geestelijke macht — God — zich manifesteert.

In die levende eenheid hangen alle onderdeelen samen. De physiologie en de pathologie van mensch en dier hebben op overtuigende wijze bewezen, dat in een levend organisme letterlijk niets plaatselijk gebeuren kan,

Sluiten