Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij openbaarde zich in allerlei vormen, in de beenen, en handen, maar ook in de borst en zelfs in de keel; waarschijnlijk zijn een groot aantal verschillende ziekten er onder gebracht. Het aantal „ellendige potagristen," dat hij vermeldt, is zeer groot en hun lot is dikwijls meer dan verschrikkelijk. De apotheker van Houten b.v. had in geen tien jaar zijn huis en in geen vier jaar zijn bed verlaten; er vielen verkalkte stukken vleesch uit zijn lichaam, zoo groot als hoendereieren. Een ander had op al de knokkels van zijn handen knobbels zoo groot als stuiters en „sijn beenen, daar hij vroeger soo trots op was" — hij was nl. een groot danser geweest — „waaren van onderen wel eens so dik als sijn kuyten; egter schoof hij daarop voort als een kameel, deet daags, solang hy kon, nog drie of vier kroegen aan en kwam nimmer voor twaalf uur thuys." Van Gillis van Bempden, die ondanks zijn ergerlijke levenswijze toch als burgemeester het gestoelte der eere bekleedde, maar op 51-jarigen leeftijd na „een langdurig en elendig ongemak van watersugt" gestorven is, zegt Raye: „hy was considerabel dik van lighaam en lam aan het eene been, sodat hy altoos, geholpen twee knegts en met behulp van door een stevige kruk, na het Stadthuys moest geëscorteert worden."

Bij het beoordeelen van den gezondheidstoestand houde men in het oog, dat aan lichaamsoefeningen weinig gedaan schijnt te zijn. Een enkelen keer hooren we van kolven en schermen; twee maal spreekt hij over sportieve weddenschappen; de eene keer gold het een lange afstandswandeling; op één dag naar Utrecht en terug; over de heenreis werd 6y2, over de terugreis 7% uur gedaan; „alles gevoeteert." De andere keer gold het een vat teer van 380 pond heen en terug van Amsterdam naar Haarlem te rollen.

Sluiten