Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niphon had namelijk aan een aantal monniken in het Serbische klooster Chilandari, waarvan de tsar en „ktitor" Stephan Doesjan een ijverzuchtig beschermheer was, de uitoefening van de goddelijke diensten verboden, daar zij in strijd met de regels, hunne wijding niet op den heiligen Berg, maar van den Serbischen aartsbisschop ontvangen hadden 1).

Waarschijnlijk hebben abten en monniken op den Mont Athos zich, niettegenstaande de dwaalleeren hunner gasten opzien en protesten wekten, tot hen aangetrokken gevoeld wegens de overeenstemming hunner leefregels met die, welke op den Heiligen Berg gevolgd werden. Omstreeks het midden der 14-e eeuw bevond men zich midden in de Hesychastendisputen. Zelfs na de overwinning van Gregorios Palamas op de Konstantinopolitaansche synode van 1351 was het pleit nog niet gewonnen voor de Hesychasten; Gregorios Palamas, tot aartsbisschop van Thessalonika benoemd, heeft gedurende langen tijd zijn ambt, wegens tegenstand der geloovigen, niet kunnen aanvaarden2). Voor de Hesychasten was niet de leer, en zelfs niet de dogmatische formule hoofdzaak, maar de „aanraking met God", die alleen bereikt kon worden na een hard leven van lichamelijke ontberingen, en van geestelijke voorbereiding door gebed en innerlijke concentratie. De Hesychastische „geheimleer" was sterk Platonisch en Sophiïstisch getint, en waarschijnlijk was dit ook waar voor die der Bogomilen. Wij zullen nagaan, door welke ketterijen de Sophia-Logos leer, of althans de leer van een dubbelen Logos in de leer der Bogomilen kan zijn binnengedrongen.

*) Ehhckoitb ri0p4>hpih, ectofia aooha III, p. 366 v. cupky, p. 134^ 2) Nikephoros Gregoras, Hist. Byz. I. XV, c. 12, 3, Philothei patriarchiae Const. Encomium Greg. Palamae, v. PG 151, c. 616 v.

200

Sluiten