Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en haar uit Diens wezen zegt te bestaan1). Indien de Westersche Manichaeërs zon-en-maan zien als de vaartuigen, die door de hemelruimte de ziel naar den schoot des Lichts voeren, dan zijn beide uit God's substantie gevormd: „quidquid vero undique purgatur luminis per quasdam naves quas esse lunam et solem volunt, regno Dei, tanquam propriis sedibus redi. Quas itidem naves de substantia Dei pura perhibent fabricatas" 2).

Elders heeft het Christelijk Manichaeïsme Christus in zijne verbeeldingen ingevoerd als leidsman der zielen, naast andere hemelsche stuurlieden uit de Perzische lichtleer: Jezus in het kleine hemellichaam (de maan) met de Moeder des levens, en de twaalf stuurlieden, en de Maagd des lichts, en de derde grijsaard in het groote vaartuig (de zon) met den levenden geest, etc."3). Het is niet in het zien, aan welke groep van Manichaeërs Epiphanius deze leer omtrent Jezus heeft ontleend, waarin de Heiland een zoo ondergeschikte plaats in neemt. Elders verschijnt hij in het Manichaeïsche onderricht als de Licht-god zelf.

Behalve het volmaakte, ongerepte, goddelijke licht, is er het licht, dat, in de half-duisternis der wereld verborgen en gevangen, onder deze vermenging lijdt, en naar verlossing smacht; dit gevangen licht is Jezus patibilis (vid$ ('cv0qojjiov Deze Jesus patibilis is op het kruishout gestorven: „spiritus sanctus.... cujus ex viribus ac spirituali prolusione.

1) Titi Bostrensis „adversus Manichaeos" TI, 31: oct<o,- amog ö

tiwxcixcl nuvti^, xöv xo>v óXcov An/uovqyöv fihcigcpufiwv, 'i^idxa. 7iiö~ TtvtfiOoj Y{liov 6vyy.Qt'vü)v Ot<p, xcti tx ruvölaq avxöv téytov tivai xovxov...

2) De haeresibus 46.

3) Epiphanii adversus octoginta haereses; adv. Manichaeos c. 31: . . . Ai t/f TiQopoXaï Tiafïai, ó 'ItiOövg, ó iv rw /iixqm rtXowi xai t] tu]x*\Q xx«i óe diorffxct -x.vfltQvt\xcu, xtti »/ naQOtvo^i xov cpvxdg, xai ó nQtGfivxffè ó xqCxos, ó tv ra> fitydko) nkoio), xai xo £tov nvtv/ia xat xö Tti/o* xöv fify&Xov nvQÖ$f. . .

214

Sluiten