Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terram quoque concipientem, gignere patibile?n Jesum, qui est vita ac salus homimum, omni suspensus ex ligno" 1).

In deze eindphase harer samengroeiing met Mani's lichtleer, is de aanbeden gestalte van den Christelijken Heiland geheel in zichtbaar licht opgegaan. Jezus verschijnt in den kosmos als dubbelgedaante, in Zon en Maan, ziedaar het laatste woord, en de geheimleer van het Christelijk Manichaeïsme. In Augustinus' strijdschrift tegen de verhandeling, welke Faustus van Mileve (in Numidië) tegen de katholieke leer geschreven had, komt Faustus' drieëenheidsleer voor: „Faustus dixit: ....Patrem quiden ipsum lucem incolere credimus, summam ac principalem, quam Paulus alias inaccessibilem vocat 2): Filium vero in hac secunda ac visibili luce consistere; qui quoniam sit et ipse geminus, ut eum Apostolus novit Christum dicensesse Dei virtutem et Dei sapientiam3) virtutem quidem ejus in sole habitare credimus, sapientiam vero in luna; necnon spiritus sanctus, qui est majestas tertia, aeris hunc omnen ambitum sedem fatemur ac diversorium" 4).

De dubbelgedachte in de Jezus-vereering bij de Manichaeërs bleek uit hunne twee vastendagen per week, die aan zon en maan gewijd waren: „luminaribus coeli stultam abstinentiam devoventes: siquidem in honorem solis ac lunae prima et secunda sabbati jejunare delegerunt, uno perversitatis suae opere bis impii, bis profani...." 5).

Het ligt voor de hand, dat de aan Neo-Manichaeïstische voorstellingen beantwoordende symbolen eener Christelijke „geheimleer" zich Iangeren tijd hebben kunnen handhaven in

*) Contra Faustum XX, 2.

Zie fig. 2 een Koptisch Tooveramulet en een pallium versiering, beide uit Achmim-Panopolis.

2) I Tim. VI, 16.

3) I Cor. I, 24.

4) Contra Faustum XX, 2.

5) Papae Leonis Magni, sermo 42 de quadragesima IV, 5.

215

Sluiten