Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mensch een samengesteld wezen is en uit geest, ziel en lichaam bestaat, zijn wij in staat te begrijpen, waarom de voortbrengselen dezer drie kunsten ons zoo verschillend aandoen. Terwijl de mensch een leven naar buiten leeft in de wereld van Vorm, alwaar hij een vorni-leven leidt te midden van andere vormen, leeft hij ook een innerlijk leven, dat van veel grooter beteekenis voor hem is; een leven, waarin zijn gevoelens, gedachten en aandoeningen voor zijn „innerlijk zien" beelden en voorvallen oproepen, die steeds wisselen, en hoe voller dit innerlijk leven is, des te minder verlangt de mensch naar gezelschap van anderen, want hij is voor zich zelf het beste gezelschap hij zoekt geen vermaak buiten, waarnaar zij haken, wier innerlijk leven leeg is; zij, die een menigte andere menschen kennen, maar voor zich zelf vreemdeling blijven, en bang zijn, alleen met zichzelf te zijn.

Als wij dit innerlijk leven nader beschouwen, zien wij dat het tweeledig is: le het Zieleleven, dat der gevoelens en aandoeningen, en 2e de werkzaamheid van het Ego, dat alle handelingen door gedachte regelt.

Gelijk de stoffelijke wereld de voorraadschuur is, waaruit de materie betrokken wordt, die ons stoffelijk lichaam opbouwt, en dus bij uitstek de wereld van vorm, zoo is er ook een wereld van de Ziel, door de Rozekruisers de Begeertewereld genoemd, die de basis is, waaruit het fijne Kleed van het Ego, dat wij de ziel noemen, is geweven, en deze wereld is in het bijzonder die van de kleur. Maar de nog ijlere wereld der gedachte is het tehuis van den Menschelijken Geest, het Ego, en tegelijkertijd het lijk van klank. Daarom heeft van de drie kunsten, muziek de grootste macht over den mensch, want terwijl wij in dit aardsche leven vertoeven, zijn wij verbannen uit ons hemelsch tehuis en zijn we het dikwijls vergeten in onze jacht naar het stoffelijke; doch, dan komt de muziek tot ons als een welriekende geur, vol onuitsprekelijke herinneringen. Als een echo van ons tehuis brengt zij ons dat vergeten land weer voor den geest, waar alles geluk en vrede is, en zelfs, hoewel wij zulke gedachten in ons stoffelijk brein maar even kunnen aan-

Sluiten