Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter Fock in antwoord op een interpellatie, dat hij nog geen wetsvoorstel wil indienen omtrent het toezicht op fabriekskinderen, alvorens de openbare meening zich te dien opzichte krachtiger zou uitspreken.

En nu behoort het Nut wel tot degenen, die hier in de eerste plaats gaan spreken, maar als de roep om beter bescherming der maatschappelijk zwakken, om erkenning van recht der arbeidersbevolking op meer dan een alleruiterste minimum van levenspeil, luider gaat klinken, verslapt zijn hervormingswil maar al te spoedig. In zijn Herinneringen deelt Quack in weinige, maar inhoudrijke bladzijden ons den gang van zaken mee. Ik ontleen er het volgende aan :

„Men had de beoefening van maatschappelijke deugden overal gepredikt, kleine subsidies voor nuttige doeleinden verstrekt, en waar het mogelijk was een genoeglijke, behaaglijke, tevreden atmosfeer pogen te verspreiden. Doch

het was niet te ontkennen : het hart-zelf van dat leven voor het algemeen

zooals de oprichter dit had bedoeld — was van lieverlede zwakker gaan kloppen. Het moest met smart erkend worden, dat het „Nut", in de laatste vijf en twintig jaren, de teekenen des tijds niet meer begreep. Toen de arbeidersbeweging begon aan te zwellen had het dien stroom buiten zijn sfeer gehouden. Van al die grondrechten — waarover ik boven sprak —- grondrechten, die aan de misdeelden toch voor den geest begonnen te zweven, wilde of konde het niets weten. De armen hingen hier het „Nut" slap aan het lijf. Het „Nut" scheen verouderd."

Dan doet het hoofdbestuur met Quack: als voorzitter en Kerdijk als secretaris een poging tot vernieuwing :

„Het was Kerdijk's doel, om een nieuwen geest in dat alles te doen ademen. Hij wilde dat het Nut openlijk de sociale richting zou inslaan."

En aanvankelijk scheen dat te zullen gelukken. Onder Quack's leiding neemt de Alg. Vergadering van i885 het nieuwe wetsartikel aan, gewagend van

„de verheffing zoowel van het arbeidsvermogen als van den levensstandaard der werklieden".

Maar wanneer nu Kerdijk, vooruitloopende op een beslissing der Alg. Vergadering, doch in overleg met het Hoofdbestuur, samen met den uitgever H. D. Tjeenk Willink te Haarlem het Sociaal Weekblad als toekomstig Nutsblad gaat uitgeven, komt de tegenslag.

„De in Januari uitgekomen nummers hadden de departementen verschrikt. Vooral het derde nummer, van i5 Januari 1887, waarin ruiterlijk, onbewim-

Sluiten