Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Wet-mackay werd in de Tweede Kamer aangenomen en de bijzondere school verkreeg subsidie. Reeds in de Algemeene Vergadering van 1890 werd op voorstel van het Hoofdbestuur, ten einde de nadeelige gevolgen van de Wet-mackay voor het openbaar onderwijs te keeren, besloten, in samenwerking met de vereeniging Volksonderwijs tot de instelling van een gemengde commissie voor onderwijsbelangen. Deze commissie, voor welker arbeid het Nut jaarlijks ƒ 2000.—• zou uittrekken, had tot taak :

a. ondersteuning van ouders, die, waar een bijzondere school kostelooze plaatsing toelaat, hun kinderen naar de openbare school zouden zenden, indien deze voor hen kostelooze plaatsing toeliet;

b. het inwinnen van betrouwbare inlichtingen over het geheele land omtrent de deugdelijkheid van het bijzonder onderwijs, dat van rijkswege gesubsidiëerd wordt;

c. het steunen en bevorderen van het herhalingsonderwijs ;

d. in 't algemeen het toezien op de werking der wet van 1889 en het nemen of steunen van alle maatregelen die in het belang van deugdelijk openbaar onderwijs worden gevorderd en door particuliere krachten kunnen genomen worden.

Deze gemengde commissie heeft jarenlang goed werk gedaan ; het herhalingsonderwijs werd later door de gemeenten overgenomen, terwijl de financiëele steun onder a genoemd, toevertrouwd werd aan de vereeniging V olksonderwijs.

Van de andere Nutszorgen op onderwijsgebied vallen nog te vermelden : de oprichting van verschillende ambachts- en avondteekenscholen, industriescholen en -cursussen voor meisjes, het huishoudonderwijs, tal van kookcursussen, en de oprichting van gymnastiekscholen. Ook werd in samenwerking met Volksonderwijs het onderwijs aan schipperskinderen ter hand genomen; op de Algemeene Vergaderingen van i883, 1884 en i8g5 werden credieten voor dit doel verleend.

Tusschen de jaren 1880 en 1890 is het Onderwijs in Handenarbeid herhaaldelijk in het Nut aan de orde geweest. In 1876 vestigde de toenmalige secretaris van de Vereeniging Volksonderwijs, Mr. A. Kerdijk, de aandacht op dit onderwijs, dat hij te Berlijn had leeren kennen door lezingen van Clauson Kaas, een Deensch officier ; dezelfde vereeniging zond in 1878 den heer H. Bouman, directeur van de kweekschool te Amsterdam, naar Zweden en Denemarken, om een onderzoek naar de handenarbeid bij het onderwijs in te stellen. De heer Bouman, die veel van dit onderwijs verwachtte, meende, dat een afzonderlijke vereeniging niet noodig was, maar dat de afdeelingen van Volksonderwijs en de Nutsdepartementen de aangewezen lichamen waren om de zaak in ons land te propageeren. Het

Sluiten