Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. een regeling van het herhalingsonderwijs naar de locale behoeften. Verder geeft de schets plannen voor de opleiding van bewaarschoolonderwijzeressen en voor de leerkrachten bij het lager onderwijs. Wat dit laatste betreft, wordt hier een regeling bepleit, als in 1934 voorgesteld is door Minister Marchant : een 5-jarige kweekschool, staande op de U.L.O.school of H.B.S. 3 j. c. met afschaffing van de Hoofdakte. Ook voor deze 5-jarige kweekschool wordt in het rapport een leerplan gegeven.

Intusschen was er meer en meer een kentering gekomen in de meening over het recht van de bijzondere school op financiëele gelijkstelling. Het getal van hen, die, ofschoon voorstanders der openbare school, dit recht erkenden, nam in deze jaren sterk toe. Daarbij voegden zich zij, die het betreurden, dat elke verbetering op onderwijsgebied om politieke redenen achterwege bleef. Ondanks het krachtig werken van de voorstanders van goed onderwijs, was er na 1878 — behalve de aanneming der leerplichtwet geen verbetering van algemeene beteekenis in ons onderwijs gebracht. De politieke schoolkwestie moest opgelost worden, indien het onderwijs zich verder wilde ontwikkelen.

Het Ministerie Cort v. d. Linden zag dit in en zoo werd bij K.B. van 3i Dec. 1915 de z.g. Pacificatie-commissie ingesteld onder voorzitterschap van Dr. D. Bos. Bij de installatie dier commissie werd haar taak door Minister Cort van der Linden aldus omschreven :

„In den strijd, die vele jaren onze politiek heeft beheerscht, hebt gij „getracht datgene te doen zegevieren wat gij, indien gij alleen de macht hadt, „het meest in overeenstemming met uwe denkbeelden zoudt achten. Het ,,standpunt, dat gij thans tegenover deze vragen inneemt, is een ander. „Gij staat thans tegenover het feit, dat uwe opvattingen over en weder ,,elkaar beperken. Het openbaar en bijzonder onderwijs doen zich aan u „voor als historisch ontwikkelde gegevens. Gij zoekt middelen om beide „tot bloei te brengen en beider vrijheid te waarborgen. Gij zult eenerzijds ,,hebben vast te stellen de taak, die der Overheid tegenover deze takken „van ons volksonderwijs toekomt, en anderzijds de eerbiediging van ieders ,,levensbeschouwing tot leidend beginsel hebben te maken der door u te ,,ontwerpen regeling. Op deze wijze kan ons volksonderwijs in de verhou,,dingen, waarin wij leven, in waarheid nationaal worden. De energie, „die thans verspild wordt in voortdurenden en onvruchtbaren strijd, kunt »jgij zoodoende omzetten in een levende kracht tot verheffing van ons volk."

Reeds in Maart 1916 verscheen het rapport van de commissie, brengende het ontwerp van een nieuw grondwetsartikel met ontwerp-wet op het lager onderwijs. In beide was het denkbeeld van de financieele gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs neergelegd.

Sluiten