Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— na met de hulp van zijn vele departementen aldus het onderwijs tot een volkszaak te hebben gemaakt, heeft het Nut i5o jaar onvermoeid gearbeid aan opbouw en verbetering, — gewaakt tegen de invloeden, die afbrekend en ontbindend op dat onderwijs werkten. Van het Nut ging de leiding uit, toen in het begin van de 19e eeuw het Nederlandsch onderwijs bij landswet werd geregeld ; in de kringen van het Nut zijn in ons land het eerst de denkbeelden uitgesproken over de noodzakelijkheid van Middelbaar Onderwijs. De opleiding van onderwijzers —< in 1800 nog onbekend — nam het krachtig en metterdaad ter hand. Nadat het Nut aan de ontwikkeling van de methodiek van de gewone vakken der lagere school de stoot gegeven had, — het klassikaal onderwijs allerwege ingang had doen vinden en een mildere tucht — zonder plak en bullepees — had doen aanvaarden, nam het telkens weer het initiatief van allerlei verbeteringen. Het bracht in onze scholen de gymnastiek ; het steunde krachtdadig de handenarbeid, het verzorgde en gaf leiding aan het herhalings(later vervolg-) onderwijs, het ijverde voor leerplicht en voor nuttige handwerken op de lagere school; het stichtte ambachts- en vak-teekenscholen, kookcursussen, huishoudscholen, vakscholen voor meisjes en oefende aldus een belangrijke invloed op de wetgeving op het nijverheidsonderwijs. De volksuniversiteiten zijn ontstaan uit nutscursussen voor hooger onderwijs. Overal in Nederland stichtte het Nut voorbereidende en lagere scholen ; de kweekscholen kunnen we zonder overdrijving een schepping van het Nut noemen. En ten slotte vestigde het in Amsterdam het Nutseminarium voor paedagogiek, waarmee een geheel nieuw arbeidsveld geopend werd. Elke gelegenheid wordt te baat genomen, om bij publiek en overheid belangstelling te wekken voor onderwijs en opvoedingsvragen en bij brandende kwesties een duidelijke stem te doen hooren.

Veel van het werk, door het Nut begonnen, is door de overheid en door andere lichamen overgenomen en voortgezet. Een gelukkig verschijnsel. Maar het beteekent niet, dat het Nut zijn werk als afgedaan mag beschouwen. Daar is dan ook geen kwestie van ! AVij hebben slechts te herinneren aan de wijze, waarop vóór en na de invoering van de L.O.-wet'20 op het gebied van het onderwijs door het Nut is gearbeid. Ook de eerste decenniën der 20e eeuw leggen getuigenis af niet alleen van een krachtig medeleven met de strevingen van onze tijd, maar bovenal van een diep en ernstig besef, dat het Nut door zijn verleden en door zijn beginselen geroepen is en blijft tot het geven van leiding op het zoo belangrijke gebied van school en onderwijs.

Sluiten