Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam men zoveel mogelijk tegemoet. Dat Bestuur was voortdurend vertegenwoordigd door zijn blijvend element: den algemenen secretaris. Met grote toewijding en even groot geduld heeft hij alles voor het seminarium gedaan, wat hij kon. Begrijpend en meelevend stond hij tegenover de personen aan het seminarium verbonden en het verrichte werk. Steeds bereid nieuwe voorstellen te overwegen, nieuwe mogelijkheden te onderzoeken (en de gelegenheid daartoe deed zich meermalen voor) verloor hij toch nimmer uit het oog, dat de geest van het Nut bewaard bleef en zijn critische zin stelde hem in staat, het mogelijke en bereikbare te onderscheiden van het gewenschte. Inderdaad, het nutsseminarium heeft alle aanleiding, den secretaris „zijn minister van onderwijs" —- dankbaar te gedenken.

De wet eist een Curatorium. In dat curatorium zat allereerst dr. (thans) prof. J. H. Gunning Wzn., de nestorder Nederlandse paedagogen. Hij stemde met den hoogleraar overeen in godsdienstige opvatting, deelde zijn geloof in de betekenis der opvoedkunde, was oud-Amsterdammer en kende de stad door en door en zijn onderwijzers, en had een grote schat van opvoedkundige kennis en onderwijservaring. Hij kende alle takken van het onderwijs (het lager onderwijs door zijn ambt als schoolopziener, het gymnasiaal en hoger als rector en docent) en kon dus steeds van zaakkundige adviezen dienen. Naast hem trof men A. H. Gerhard, politicus, opvoedkundige, vriend van volksontwikkeling, maar voor alles de man met de brede blik, het gezond verstand, de warme gevoeligheid die in een discussie altijd een eigen lijn wist te trekken, die voor allen verhelderend was Vroeg, te vroeg, werd door de dood ontnomen prof. dr. H. Y. Groenewegen, gevierd kanselredenaar, theoloog van beroep, ethicus die gaarne maatschappelijk-sociale vragen doorgrondde, toen hoogleraar in Amsterdam, eerst in Leiden, waar hij het seminarie der Remonstranten leidde. Ethisch-orthodox, vrijdenker, vrijzinnig-protestant, Fechneriaan werkten in treffende eendracht samen in dit curatorium. En dan, staande buiten de Hollandse schotjes, buiten de onderwijsvragen en de theorie der paedagogiek, die enige figuurvan prof. dr. Paul Ehrenfest, die in 1933 Sept. zoo tragisch uit het leven scheiden zou. Theoretisch natuurkundige, scherpe, bewegelijke, open geest, stond hij daardoor Kohnstamm na. Welk een didactische gave heeft deze man in zijn zegenend leven tentoongespreid ; nooit ontmoette de schrijver dezer regelen iemand, die in de opleiding, die hij zijn studenten gaf, zoozeer het type van Socratesopvoeder nabijkwam, gelijk Plato dat in de Thae elelus schildert. Van buiten geleerde kennis gold hem weinig, verworven inzicht, veel lust om onbaatzuchtig zelfstandig te zoeken en een levend lid te worden van

Sluiten