Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de departementen zelfstandig hun keus doen en deze aan het H.B. mededeelen, dat dan zou trachten de in meerdere ex. gekozen boeken op voordeelige wijze aan te koopen. Door deze prijsverlaging zouden vele bibliotheken met niet al te groote kosten een aanzienlijke uitbreiding en verbetering kunnen ondergaan. Bovendien werd voorgesteld, dat voortaan jaarlijks een bedrag van f 2600 uit de Algemeene Kas zou worden beschikbaar gesteld ten behoeve van bibliotheeksubsidies aan kleine en financieel zwakke departementen, onder voorwaarde, dat de daaruit aan te schaffen werken door het Hoofdbestuur zouden worden goedgekeurd. Al deze voorstellen werden door de Vergadering aangenomen, het laatstgenoemde echter na schrapping van de voorwaarde van controle van het H.B. op den boekenaankoop, welke voorwaarde evenwel later toch werd ingevoerd en zich mèt de in 1881 ingevoerde wijze van subsidieering tot op heden heeft gehandhaafd. Van een gezamenlijke inkoop door het Hoofdbestuur van door de departementen uit de modelcatalogi gekozen boeken wordt in later jaren niets vermeld — we mogen aannemen, dat zoo goed als geen aanvragen in die richting binnenkwamen, en dat — volgens de beproefde hollandsche eigengereidheid -

elke bibliotheek in eigen behoeften wilde blijven voorzien, en zich zoo weinig mogelijk wenschte te storen aan de modellijsten van het Hoofdbestuur.

Het duurde nu weer meer dan 20 jaar, voordat de laatste, beslissende stap in de richting van centrale leiding en reorganisatie van de nutsbibliotheken werd gedaan. Omstreeks 1900, toen de belangstelling van alle werkers op het gebied der volksontwikkeling meer en meer werd gevraagd voor een nieuw bibliotheektype : de Openbare Leeszaal, werd de aandacht van het Hoofdbestuur in sterker mate dan voorheen gevestigd op den achterstand van onze volksbibliotheken. Het was Mr. M. W. F. Treub, die als Algemeene Voorzitter van onze Maatschappij in 1902 uitdrukkelijk op dien achterstand wees. En het was onze toenmalige Algem. Secretaris, de heer Bruinwold Riedel, die ons bibliotheekvraagstuk toen op grondiger wijze dan wellicht in 100 jaar was geschied in studie nam, die pleitte voor de overname en verdere organisatie der Reizende Bibliotheken en ten slotte den stoot gaf tot het instellen, in 1909, van een Commissie van onderzoek en advies inzake de stelselmatige reorganisatie van de bibliotheken der departementen. Voorafgegaan waren nog voorstellen (1906) tot verbetering der administratie van de nutsbibliotheken, die echter al even weinig als vroegere adviezen weerklank bij de departementen vonden.

Deze nieuwe Commissie, waarin naast den toenmaligen Voorzitter en den Alg. Secretaris der Maatschappij en den secr. der Nutscommissie voor de Reizende Bibliotheken (Mr. G. J. Salm) twee vakbibliothecarissen : de heer J. D. Rutgers van der Loeff, directeur der Haarlemsche Stads-

Sluiten