Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand te nemen. In de algemeene vergadering van 1891 werd aangenomen het voorstel, dat ter beschikking van het Hoofdbestuur zou worden gesteld de som van/1000.'—•, om daaruit de middelen te vinden om het tot stand komen van plaatselijke volks-credietbanken, bij voorkeur op coöperatieven grondslag, te helpen bevorderen.

In de toelichting van dit voorstel werd o.a. gewezen op de Spaar- en voorschotbank te 's-Gravenhage, die in 1875 werd opgericht met een twintigtal leden, zonder eenig ander kapitaal dan de stuivers en guldens, welke de leden op hun aandeeltje kwamen storten, en die thans (in 1891) ongeveer 35o leden had, een gestort maatschappelijk kapitaal van ƒ 48.000. en een reserve van ruim ƒ10.000. — , terwijl gemiddeld ƒ 200.000.— aan voorschotten uitstaande was.

Ter uitvoering van het besluit benoemde het Hoofdbestuur een commissie uit zijn midden, bestaande uit de heeren A. C. Wertheim, Mr. H. Goeman Borgesius en C. J. M. Dijkmans. Deze Commissie deed in 1892 verschijnen een ,, Leiddraad voor de inrichting fan volksbanken'. Deze leiddraad bevatte ontwerpen van statuten, reglementen, registers en formulieren, zoowel voor het geval dat men aan de Volksbank den rechtsvorm van een coöperatieve vereeniging als dien van een gewone vereeniging zou wenschen te geven.

Eenige gegevens omtrent de hulp- en voorschotbanken vindt men ook in het bekende Nutsrapport van 1902 over „De rechtskundige vormen van spaarbanken, productieve en crediet-associaties in Nederland , uitgebracht door een Commissie, waarvan Prof. Mr. M. W. F. Treub voorzitter en Mr. P. Tjeenk Willink rapporteur was. Ofschoon dit rapport in hoofdzaak aan de spaarbanken is gewijd, worden op blz. 86—91 eenige mededeelingen gedaan over den rechtsvorm der crediet-associaties. Daaruit blijkt, dat van de banken, die de toegezonden vragenlijsten hadden beantwoord, 3i den rechtsvorm hadden van afzonderlijke vereeniging met rechtspersoonlijkheid, 19 dien van een vereeniging zonder eigen rechtspersoonlijkheid (meestal onderdeelen van een Nutsdepartement), 17 zich hadden geconstitueerd als coöperatieve vereeniging, 2 als naamlooze vennootschap en 1 als stichting.

Over de ontwikkeling der hulpbanken worden we sinds i883 geregeld ingelicht door de jaarlijksche Statistiek der Spaar- en Leenbanken in loederland, aanvankelijk uitgegeven door het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid, maar sinds 1898 door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van 1898—1912 werd deze Statistiek uitgegeven in kloeke boekdeelen, met vele cijfers en bijzonderheden. Daarna is deze uitgave ingekrompen; in de jaargangen 1912/13 tot 1921/22 worden slechts eenige

Sluiten