Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelde afstand van een ster van de eerste grootte bedoelde. In de genoemde noot brengt hij de mogelijkheid van absorptie in de ruimte onder de aandacht, die, zooals hij zegt, hem gesuggereerd is door het feit dat hij „in 't algemeen de zeer zwakke telescopische sterren rood, of roodachtig gekleurd heeft gevonden". Indien er absorptie is, dan zou natuurlijk de afstand veel kleiner zijn dan het getal dat de magnitudo aangeeft. Maar deze noot is de eenige plaats in zijn werken waar de absorptie genoemd wordt. Hij houdt er in zijn verdere afleidingen geen rekening mede.

Herschel's groote werk zijn zijn sterpeilingen, die hij begon zoodra de 6-meter telescoop (brandpuntsafstand 6 meter, opening 47.5 cm.) voltooid was, in 1784. Als eerste resultaat van zijn nauwkeurige navorsching van de hemelen komt hij tot de conclusie dat de meeste der zoogenaamde nevels opgelost zijn in sterren, en hij vermoedt dat zij met grootere telescopen alle op die manier op te lossen zullen zijn. De melkweg — het melkwegstelsel zouden wij zeggen — is zoo een ontzaglijke „sterrelaag". Zijn opvatting wordt duidelijk gemaakt door een figuur, die duidelijk de zwij-

Sluiten