Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche leerstukken niets toe te geven. Hij heeft echter op het concilie van Florence de door hem terecht gevreesde vernedering van de oude Oostersche kerk moeten aanschouwen. Maar op ander terrein heeft ook nu weer het overwonnen Griekenland Rome overwonnen.

Plethon sprak over Plato te Florence. De grijsaard sprak met zóóveel vuur over problemen, waar Italië nog nimmer over had nagedacht, zette ze met zulk een eenvoud en klaarheid uitéén, op grond van echte Grieksche handschriften van Plato, dat een kleine kring van Florentijnen, die zich weldra om hem verzameld had, van verbazing in verbazing viel. Onder zijn hoorders was ook Cosimo de Medici. Op hem maakten de door Plethon voorgedragen gedachten van Plato een sterken indruk. Aanstonds vatte hij het plan op, om in Florence een centrum voor de studie van Plato te vestigen. De wijze waarop dit geschieden moest, was hem niet aanstonds duidelijk. Maar dat er iets in deze richting gebeuren moest, stond voor hem vast. Plethon sprak niet alleen over Plato. Hij vroeg ook aandacht voor de aloude Godsopenbaring, die haar oorsprong had bij de Brahmanen in Indië en de Magiërs van Perzië. Mozes en Zarathustra hadden die in nieuw licht ontvangen en rijker aan inhoud gemaakt. Plato stond in het stralend zenith van deze opgaande zon van openbaring. Het platonische Theïsme wortelde dus, volgens Plethon, in een oeroude traditie. Aristoteles had met zijn bekrompen Deïsme de lijn afgebroken, maar de fakkel werd voortgedragen door de Neoplatonici, Ammonius Saccas, Plotinus, Proclus en Porphyrius.

Proclus was de eigenlijke bron van Plethon's ideeën. Zoo verkondigde Plethon in zijn geschriften een eigen theologie, een eigen staatsleer, een eigen religie met hymnen, gebeden en ceremoniën, die sterk afweken van de orthodoxe opvattingen.1

Hoewel Plethon zich christen voelde, en wel christen met speciale gratie, heeft hij feitelijk toch de heele christelijke traditie na Origenes losgelaten, voor Plotinus en Proclus.

Deze leer heeft Plethon zeker niet volledig te Florence voorgedragen. Er kwamen punten genoeg in voor waarop de kerkelijke autoriteiten in Italië aanstonds een vernietigende beschuldiging van ketterij hadden kunnen gronden; vooral zijn leer der onsterfelijkheid, op metempsychose gebouwd. Plethon hield het ervoor, dat hij onder de plompe Latijnen bezwaarlijk esoterici voor zijn leer kon werven, en

i Oudinus o.c. p. 2358. Leo Allatius, De Plethonis Religione bij Oudinus, o.c. p. 2358, sq. G. Voigt, Wiederbelebung, II, S. 120 f. De »Zonnehymne" van Plethon mag niet als bewijs van polytheïsme worden beschouwd, cf. Allatius.

Sluiten