Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want in Ermolao Barbarö, die daar als balling uit Venetië vertoefde De streng wetenschappelijke manier van de Peripatetische school boeide Faber boven mate. Zeker zal bij deze voorkeur zijn landaard medegesproken hebben. De nuchtere, verstandelijke Fransche aard kon niet in vuur en vlam geraken voor het mysticisme van Ficino, dat daarentegen voor Hongaren en Duitschers het diepste van menscheüjke wijsheid was. Toch heeft Faber in al zijn werken steeds het platonisch Christendom van Ficino vastgehouden en als het ware trachten te mengen door de materialistische philosophie van Aristoteles. Dit bleek, toen Faber in Parijs terug kwam en in 1494 hoogleer aar werd aan het college van den kardinaal Lemoine (gesticht in 1304). Zijn belangstelling bleef breed; behalve de theologie en de klassieken doceerde hij mathematiek en muziek en toonde een bijzondere belangstelling voor de astrologie. Bijzondere aandacht verdient het feit, dat Faber na zijn eerste Italiaansche reis zich met volle kracht ging toeleggen op de exegese van de Heilige Schrift. Behalve uit eigen ov^r" tuiging moet hij hiertoe ook door Ficino gebracht zijn. Immers bij de godgeleerde studie was in dien tijd de Bijbel een gesloten en weinig gebruikt boek, maar Ficino had het Schriftonderzoek in eere hersteld en den persoon van Paulus op den voorgrond gebracht. Faber voelde zich nu geroepen om de bronnen der Schrift te onderzoeken. Door zijn geringe kennis van het Grieksch en het Hebreeuwsch kon hij geen onderzoek naar den authentieken tekst instellen. Hij deed echter wat hij kon en zoo bezitten wij in zijn „Quincuplex Psalterium de eerste bescheiden poging om met de traditioneele drievoudige exegese te breken. * Zijn voornaamste doel was de „verzonnen en leugenachtige uitlegging naar de letter" te vervangen door de „letterlijke, die met den Heiligen Geest overeenstemt". Als hij aan monniken vroeg, wat zij aan de lectuur van de Psalmen hadden, waren zij bedroefd en teleurgesteld. Toen is Faber Paulus gaan raadplegen en vond, dat er een letter was die doodde en een Geest, die levend maakte. De oude exegese was zuiver historisch en liet de Bijbelschrijvers slechts hun eigen ellende verkondigen. Door Paulus leerde Faber dat de Psalmen alleen

1 Renaudet o.c., p. 283-284, 698-699. _ , . ,

2 lac Faber Stap., Quincuplex Psalterium, Paris. 1509. Faber geeft m deze ui gave in drie kolommen: het Psalterium Gallicum Romanum■ Hebraicum de drie tekstrecensies van Hieronymus. Van fol. 231 af: het Psalterium Vetus en Conciliatum, in twee kolommen. Op fol. 2; „Sed eum sensurn literae vocemus aui cum spiritu concordat et quem Spiritus Sanctus monstrat. Faber voelt zich hiertoe onbekwaam: Quis enim prophetae pro digmtate mentem aperuerit, qui idem propheta non skspintumve prophetae assecutus? Quod de me d.cere non

possum."

Sluiten