Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mythe, verdwenen was, om in deze wereld te verschijnen; daarom werden zijne boeien (en die van de slaven) afgenomen en zijn verrijzenis werd door de menschen met uitgelaten vreugde begroet. Dat was de vreugde en de vroolijkheid op het Saturnaliënfeest.

Nu een opmerking over het woord servus. Het is etymologisch met servare verbonden en beteekent dan „de gevangene, opgeslotene"; de voetboeien kenmerken den slaaf. Men zou zeggen, dat het binden van den slaaf, uit practisch oogpunt beschouwd, zoo begrijpelijk is, dat daarover niets verder te zeggen valt. Toch geloof ik, met het oog op de hier genoemde godsdienstige beteekenis van de onvrijheid en vooral met het oog op de gelijkstelling van de kluistering en de vrijlating van Saturnus met die van den slaaf, dat het boeien van den slaat tegelijkertijd een sacrale beteekenis heeft gehad. Door zijn onvrijheid of kluistering was hij buiten de gewone samenleving geplaatst; hij hoorde niet onder de levenden thuis, maar was aan de goden der onderwereld gewijd en stond in hun dienst. In het begin der 2de eeuw v. Chr. heetten zij. die in dienst van Serapis, den Griekschen Pluton, traden, de of de

óovloi of de óéofiioi O-fov, ,,de gevangenen, de slaven, de gebondenen van God" *). „De gebonden slaaf" was toen de naam geworden van ieder, die zich aan den god der onderwereld wijdde. Wij zien hoe diep deze opvatting van „gods-dienst" in antiek geloof geworteld was. Wie den god van het absolute leven dient, heeft deze wereld verlaten en verkeert in de wereld van goddelijke beschikking, gebondenheid. Dat is „religio" in antieken zin.

De Egyptische Serapis was een typische syncretistische god, die den Egyptischen Osiris-Apis, den Babylonischen Ea (sar apsi) en den Griekschen Pluton in zich vereenigde. Zijn cultusbeeld had Ptolemaeus I omstreeks 300 v. Chr. uit Sinope, de hoofdstad van Paphlagonië, naar Alexandrië laten halen; het

a) Reitzenstein, Hellenist. Mysterienreligion (1927) blz. 200 vgg.

Sluiten