is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

miocene tijdperk opvoert, zal geen ernstig schrijver neiging gevoelen om zich naast hem op dat platform te plaatsen. We moeten dus, bedenkende dat we geen vaststaand geschiedverhaal kunnen geven doch, opklimmend, uit de steeds achteruitschuivende feiten dienen te concludeeren, de zgn. inductieve methode volgen: van het vaststaande jaar 1717 steeds teruggaan, zooverre dit uit het feitenmateriaal mogelijk zal blijken.

* *

*

Dit klemt tè meer, omdat men zelfs geen magonnieke geschiedbeschrijving kan gebruiken om, aan de hand daarvan en critisch te werk gaande, de gewone afdalende reeks der geschiedenis te volgen. Een der oudste en meest bekende auteurs der Vrijmetselaars-orde erkent, dat hij zijne geschiedbescnrijving ervan zoodanig gemaakt heeft, dat ze, in 't algemeen genomen, vrijwel onbruikbaar, althans voor slechts enkelen volkomen verstaanbaar is.*

No. 6.

HISTORY OF FREEMASONRY, Anderson, 1738 (Preface):

TEXT: VERTALING:

Only an expert Bröther, by the true Alleen een ervaren Broeder kan met iight, can readily find many üseful behulp van het ware licht op bijna hints in almost every page of this book elke bladzijde van dit boek voetstoots which Cowans and others not initiated vele nuttige wenken vatten, die profacannot discecn. nen en andere niet-ingewijden niet

snappen kunnen.

Geciteerd in The Catholic Encyclopedia, IX, i.v. Masonry, p. 773, Gruber.

Profanen „en andere niet ingewijden . dat wil dus zeggen: niet-ingewijde vrijmetselaars.

The Freemason's Chronicle (London, 1890, II, 145; vgl. Cath. Ene. IX, Gruber, „Masonry ) verwierp deze en dergelijke geschiedbeschrijvingen:

The historical portion of old records Het historisch gedeelte van oude re-

as written by Anderson, Preston, Smith, lazen,gelijk Anderson, Preston, Smith,

Calcott and other writers of that gene- Calcott en anderen uit dien tijd ze

ration was little more than a collection geschreven hebben, was niet veel meer

of fables, so absurd as to excite the dan een bijeenraapsel van fabels, zóo

smile of every reader. onzinnigdatelklezererommoetlachen.

De vraag is echter, of The Freemason's Chronicle het werk der genoemde schrijvers, althans van de beide eersten, niet onderschat heeft, en of de Duitsche Br.'. Kraüse het boek van Anderson niet juister waardeerde, toen hij (in zijne Kunsturkunden, 1810, I, p. 525} onderstelde, dat Anderson zich allegorisch, als t ware in cijferschrift, heeft uitgedrukt.

In elk geval toont het bovenstaande genoegzaam, dat men zich niet op een magonniek geschiedschrijver beroepen kan, zonder kans te loopen hem aanstonds door andere Vrijmetselaren gewraakt te zien.