is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachte Faustus Socinus niet ten onrechte als een hunner werkzaamste voorgangers en pionniers. Op zijn graf hebben zij hem dan ook deze verzen gebeiteld:

TOTA LICET BABYLON DESTRVXIT TECTA LVTHERVS,

MVROS CALVINVS. SED FVNDAMENTA SOC1NVS :

„Luther vernielde het dak, Calvijn de muren, maar Socinus tot de grondslagen zelf van Babyion" (Rome).

* *

*

Tot degenen, die aan de geheime bijeenkomst van 1546 te Vicenza hadden deelgenomen en zich door de vlucht aan de vervolging weten te onttrekken, behoorde Bernardino Ochino, een bijna 60-jarige oud-Capucijn, die indertijd een buitengewone vermaardheid als volksredenaar had genoten doch zijn pij aan den kapstok had gehangen, zich voor de Hervorming had verklaard en in het huwelijk getreden was.1) Om de maatregelen der Venetiaansche republiek te ontgaan, vluchtte hij naar Engeland, waar hij een ijverig propagandist werd voor de Sociniaansche leerstellingen. Hij vond vooral onder de jongelieden van den beteren stand gehoor, en de meening dergenen, die hieraan de sterke ontwikkeling van het Engelsche deïsme in den loop der volgende eeuw toeschrijven, mag niet geheel onwaarschijnlijk worden geacht. De stelling, die de stichting van 1717 meer rechtstreeks aan den invloed van het deïsme toedicht, is alzoo niet in tegenspraak met de meening van hen, die den oorsprong der Vrijmetselarij hoogerop zoeken.

De stellingen der Socinianen vonden ruimen weerklank onder de alchymisten, op wie de leer van den natuurlijken godsdienst en de aankanting te^en Rome een dubbele aantrekkelijkheid uitoefenden. Met name het intellectueel gedeelte der alchymisten ondervond de zuigkracht ervan.

De zich steeds, in het aantal harer beoefenaars, uitbreidende alchymie ontging het lot niet van elke zich vulgariseerende beweging: er ontstond een groote groep lager- en een minder talrijke groep hooger-ontwikkelden onder, wier strevingen en inzichten op den duur niet parallel bleven loopen. Voor de meer stoffelijk gezinden — en dezen maken altoos en overal den grooten hoop uit — vormde de materiëele kant: het goudzoeken, het opsporen van geheime geneesmiddelen, het voorspellen der toekomst e.d. het groote aanloksel.

Voor de in reactie tegen de bovendrijvende Christelijke strooming zijnden — hetzij dan de katholieke of de protestantsche — waren de eigenaardige eeredienst-practijken, die een phase van het stelsel vormden, de groote magneet. De zoogenaamde hekserij en tooverij was bij hen in grooten trek; wie daaraan twijfelt, herinnere zich slechts, hoe Pieter Breughel de Jongere (1564—1637) de toovenaars- en duiveloproepings-scènes bijna tot het uitsluitend onderwerp van zijn penseel koos, zoodat deze Antwerpsche meester thanS nog in de kunstgeschiedenis den naam van „Helschen Breughel" draagt. Slechts de

') Dictionnaire Historique, De Feller, i. v. Ochin (Bernardin).