is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 32.

*ACTA LATOMORUM, II, p. 253.

TEXT:

RobertFludd en Angleterre... fit entendre qu'il était frère, et il eut un grand nombre de disciples.... La philosophie. y est toute Gnostique, pour ne pas dire Manichéenne, au point que je me [ais fort de montrer chez les Gnostiques tous les principes philosophiques de Fludd....

VERTALING:

Robert Fludd, in Engeland, beweerde tot de broederschap te behooren, en hij kreeg een groot getal leerlingen... Zijne wijsbegeerte is door-en-door gnostiek, zoo niet manicheïstisch. Ik maak mij sterk om bij de Gnostieken alle filosofische grondstellingen van Fludd aan te wijzen...

Misschien, dat men van oordeel is — en niet ten onrechte — dat tusschen het bloeitijdperk der Manicheeërs en den tijd der eind-XVIId'eeuwsche Rozenkruisers een afstand ligt, die her tot een oppervlakkigheid zou maken een dergelijke stelling zonder meer als bewezen aan te nemen.

Maar het blijft ten deze niet bij ééne losse uitlating in de ma^onnieke litteratuur. Thory zelf komt op zijne verzekering nader als volgt terug:

No. 33.

*ACTA LATOMORUM, II, p. 258, noot.

TEXT :

II est fort singulier que, dans les ou~ vrages de ce temps, il se trouve ga et lades alhisions aux Templiers. Dans la NOCE CHIMIQUE. on choisit neuf prétendans, et après qu'ils ont passé par toutes les épreuves, on leur déclare qu'ils sont chevaliers, et ils portent chacun une bannière blanche, avec une croix rouge. Et dans la nouvelle ATLANTIS, celui qui accorde aux voyageurs la permission de.séjourner dans l'ile, porte un habit bleu, un turban blanc, avec une croix rouge dessus. Ce n' est pas ici le lieu de chercher la raison de ces allusions.

VERTALING :

Het is zeer eigenaardig, dat men in de werken van dien tijd hier en daar toespelingen op de Tempeliers aantreft. In de „Chemische Hochzeit" komen negen mededingers voor, aan wie verklaard wordt, nadat zij allerlei beproevingen hebben ondergaan, dat zij ridders zijn geworden; elk hunner voert een witte banier met rood kruis. En in de „Nova Atlantis" draagt degene, die den reizigers verlof geeft om op het eiland te vertoeven, een blauw gewaad en een witten tulband met rood kruis erop. Maar 't is hier de plaats niet om de reden van deze

toespelingen na te speuren.

En bij een zeker niet fantastisch auteur als Br.*. Findel lezen we in eene bespreking van een Rozenkruisgeschrift: