is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts weinig exemplaren zijn in den boekhandel gekomen. Moldenhatver en Miintec (bij zijn statutenboek) wilden op hun geschrift een tweede, deel laten volgen, waarin zij het innerlijke wezen der orde zouden hebben besproken, doch hunne maconnieke betrekkingen beletten hun dit. Reeds verscheidene tientallen jaren vóór hen hadden de vrijmetselaais in hun onhistorisch streven zich aan eene wezenlijke vervalsching schuldig gemaakt. Dupuy had zijne „Geschiedenis van de veroordeeling der tempelieren" reeds in 1650 te Parijs uitgegeven en daarbij gebruik gemaakt van het origineel der processtukken volgens welke de schuld der orde aan geen twijfel onderhevig is... Een... maconniek tempelheer... gaf dit werk in 1751...met vele aanteekeningen, bijlagen en oorkonden uit, maar zoodanig verminkt dat het niet, zooals Dupuy, de schuld der orde maar hare onschuld bewijst.

bilité de 1'Ordre. Peu d'exemplaires ont trouvé leur chemin chezles libraires. Moldenhawer et Münter (dans son recueil des statuts) voulaient faire suivre leur travail par un autre, dans lequel ils se proposaient de traiter 1'intérieur essentielde 1'Ordre, mais leurs relations magonniques les en empêchèrent. Plusieurs dizaines d'annees auparavant les francs-magons, dans leur invéracité historique, s'étaient déja rendus coupables d'une falsif ication réelle. Dupuy avait publié en 1650, a Paris, son „Histoire du verdict, des Templiers" et s'était servi des pièces justificatives originelles, qui ne laissent aucun doute contre la culpabilité de 1'Ordre ... Un ... Templier macon réédita eet ouvrage en 1751 , avec beaucoup d'annotations, de suppléments et de documents, mais tellement défiguré, qu'il ne démontre plus, comme le fit celui de Dupuy, la culpabilité de 1' Ordre mais son innocence.

Hierna mag met de bewering omtrent de onschuld der Tempeliers wel afgerekend worden geacht.

* * *

Thans komt de bewering aan de orde, dat er tusschen de vroegere Tempeliers en de latere Vrijmetselarij geenerlei verband bestaat, — eene meening, die nog thans door vele magonnieke schrijvers, en op hun gezag ook door profane, met nadruk wordt volgehouden.

Dat de geest der Tempeliers, met de vervallenverklaring van hunne Orde. plots spoorloos uit de wereldgeschiedenis zou zijn verdwenen, valt door niemand te aanvaarden, die een kijk op het samenstel der historie heeft. Men kan de bepaalde uiting Van een of andere geestesstrooming vernietigen, maar die strooming zelve niet. Zijn de Jesuïeten na de opheffing van hunne Orde verdwenen? Dat bleek bij de reconstructie ervan wel anders! Is er iemand, die meent, dat door de opheffing van de congregatie der Broeders van de Christelijke Scholen in Frankrijk de geest ervan mede spoorloos weggevaagd is?

Hooren we ten aanzien van het verband met den geest der Tempeliers eenige gezaghebbende stemmen.