is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Begemann's standpunt is intusschen nadrukkelijk bestreden door den Berlijnschen archief-raad Br/, dr. Ludwig Keiler en de BBr.\ Wolfsting en Aug. Horneffer. In de daarover gevoerde polemieken slaat Begemann een toon aan, waarvan het categorische en imperatieve niet enkel een onaangenamen indruk maakt doch ook onwillekeurig het denkbeeld vestigt, dat hij aldus in de oogen zijner lezers wil aanvullen, wat hem aan doorslaande bewijsvoering ontbreekt. Het is inderdaad niet duidelijk, waarom de stichters der Vrijmetselarij, indien zij slechts een deïsten-gezelschap of zelfs een gezellige club beoogden, aan de toetreding tot hun genootschap geheime teekens, paswoorden en inwijdingen verbonden.

De stelling is bovendien ook niet in overeenstemming met historische gegevens. Begemann zelf verhaalt,') dat dr. Stukeley zich den 6 Jan. 1721, alzoo nog geen vier jaren na de stichting, liet inwijden, wijl hij naar eigen getuigenis iets over de mysteriën der Oudheid hoopte te vernemen. Hieruit blijkt, dat bijna onmiddellijk na 1717, in kringen die den stichters nabij stonden, een geheel andere opvatting van het karakter der Loge gevestigd was, dan dat ze een deïstisch gezelschap of een vriendenclub 2ou zijn.

Een belangrijke aanwijzing is ook de volgende:

In het bekende werk van Br *. R. F. Gould, over de geschiedenis der Vrijmetselarij, ^ wordt de omstandigheid vermeld, dat een in 1715 te Parijs verschenen werk over het Levens-elixer, het Universeel Geneesmiddel, de Verjongingskuur en meer dergelijke alchymistische onderwerpen, in 1722 onder den titel Long Livers in Engelsche vertaling verscheen, welke was opgedragen, aan „den Grootmeester, de Meesters, Opzieners en Broeders der Aloude en Zeer Eerwaardige Broederschap der Vrijmetselaars van Groot Brittannië en Ierland," met name aan de „Broeders der hoogece klas," die „slechts weinigen in aantal zijn", en wien het „gegeven is deze geheimen te kennen."

De nog slechts vijf jaren oude Vrijmetselarij wordt hier alzoo door een tijdgenoot onder een zeer bepaald licht beschouwd.

Met welke opvatting dit historisch feit het meeste strookt: met het vermeend onnoozel karakter der eerste Loges of met den aard, voortvloeiend uit de geschiedkundige ontwikkeling, zooals ze in het onderhavig werk is geschetst, mag eigenlijk geene vraag heeten.

Er zijn trouwens nog meerdere historische gegevens voorhanden, die twijfel omtrent de geaardheid der stichting van 1717 moeilijk maken. Zoo o. a. het bij denzelfden schrijver') vermelde feit, dat een in 1724 verschenen werk „The Secret Histocy of the Freemasons" (een gedrukte lezing van de oude handschriftelijke Constitutiën) in de inleiding „de Rozenkruisers en Adepten" (der Vrijmetselarij) verklaart te zijn „Broeders van hetzelfde Genootschap of Orde. "

l) Vorgeschtchte und Anfünge der Freimaurerci in England, II, p. 46 en 129. *) A cottcise history of Frcemasonry, p. 79-80.

') Idem, pag- 80.