is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tijdgenooten algemeen ihe ancient: de oude, genoemd — eigenlijk de latere en die van Londen — door de tijdgenooten zonder aarzeling als the modern bestempeld —» de oudere moest heeten!

Tusschen ancients (York) en moderns (Londen) is voortdurend tweespalt blijven bestaan. De geschiedenis op dit punt is niet volkomen klaar, doch als men de desbetreffende stukken leest, vestigt zich onwillekeurig de indruk, dat het zakelijk verschil — afgezien dan van den voorrang — niet in de leer maar in de tactiek verscholen lag. En dit kan ook bezwaarlijk anders. Beide groepeeringen waren op dezelfde wijze ontstaan en van dezelfde beginselen doordrongen : beide waren gegroeid uit vervallen bouwgilden onder den invloed van Rozenkruisers. De gedachtengang moest difs wel één zijn. Maar de Londenaars, wonende in een samenvloeiingspunt van allerlei in- en uitstroomende elementen, waren uiteraard meer tot voorzichtigheid geneigd dan de Yorkers, die in den kleinen burgerkring eener provinciestad veel gemakkelijker de waarde en betrouwbaarheid konden beoordeelen van degenen, die naai het lidmaatschap hunner nieuw-geordende loge dongen. Zoo schijnen de Londensche ordestichters in hoofdzaak op het oog te hebben gehad de vorming van een materiaal, waaruit zij later, naar gelang van gebleken geschiktheid, de adepten tot hun Rozenkruis, gehaimen konden werven. Het is dan ook niet onaannemelijk, wat Gruber') verzekert: dat de Londensche Vrijmetselarij bij hare oprichting in 1717 met slechts één graad gesticht werd, dat er eerst in 1723 de tweede, en in 1725 de derde graad bijkwam: de graden alzoo, die we thans nog kennen als de drie laagste: die van Leèrling, Gezel en Meester,

Het was echter nog altoos slechts „Blauwe Vrijmetselarij." zooals deze samenstelling van lagere graden heet. De Rozenkruisers als zoodanig bleven buiten deze groepeering staan.

Dit schijnt niet het geval te zijn geweest met de Yorker loge, waar men de Rozenkruisers reeds als vierden en hoogeren graad: de „Royal Arch" (het Koninklijk Gewelf) aan de Vrijmetselaars-organisatie toevoegde.

Dat er van geen principiëel verschil sprake was, blijkt wel hieruit, dat de Londensche Vrijmetselarij (of Engelsche, zooals zij in tegenstelling tot de Yorker genoemd werd) in 1740 zelve ook hare Rozenkruisers in den „Royal Arch"-graad vereenigde en bij de Vrijmetselarij officieel indeelde.

Wat de verspreiding betreft, moesten de Yorkers het verreweg tegen de Londenaars afleggen. Het waren dezen, die de Vrijmetselarij over en in NoordAmerika verspreidden. De eerste Loge op het Ëuropeesche vasteland werd te Parijs in 1725 gesticht,2) de eerste in Noord-Amerika in 1733. In Nederland werd de eerste Loge gesticht in Den Haag, in 1734, door een deputatie uit Londen onder leiding van Desaguliers.3)

li Cath. Encyclopedia, i. v. „Mi onry," p. 775.

2) Tt-eimaurerei, Hausmann, p. 56.

').A concise History of F. M„ Gould, p. 385-386.