is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trouwens, de eerste de beste Nederlandsche Vrijmetselaar kan zich van de juistheid van het hier vastgestelde overtuigen, als hij in de serie zijner officiëele Jaarboekjes grijpt en daar, na de naamlijst van bestuurderen (GrootOfficieren geheeten) van zijn Groot-Oosten, de naamlijsten vindt van de bestuurderen der „Hooge Graden" en van die der „Afdeeling van den Meestergraad" (oppergraden).

Het geheel is zóó overduidelijk, dat het niet heeft kunnen nalaten nu en dan zekere achterdocht bij de Blauwe Vrijmetselaren te wekken. Zoo lezen we:

No. 106.

FREIMAURER-ZEITUNG, Juli 1850, no. 26.

TEXT: VERTALING:

Ilaben die Hochgrade Dinge in ihrem Schoosze, welche das Licht der Oeffentlichkei* scheuen mussen, so mogen sie zusehen, wie sie sich recht{er tig en! — Die J ohannismaurerei hat lceine Veröffentlichung zu fürchten; ia, es kann ihr nur zum Segen gereichen, wenn das Hochgradwesen seinem Ende entgegengedrangt wird. Das Misztrauen, welches gegen den Bund drauszen genahrt wird, und selbst in der Brüderscha{t nicht ganz-

lich zu verhüten ist, hat seinen Le-

Als de hooge graden dingen verbergen, die het daglicht niet mogen zien, dan moeten ze zelf maar trachten dat goed te praten. — De lagere Vrijmetselarij heeft geen openbaarheid te duchten ; het kan haar zelfs slechts ten voordeel strekken, als het oppergradenstelsel zijn einde tegemoet gaat. Het wantrouwen, dat de buitenwereld tegen de Orde koestert, en dat in de Broederschap zelve niet geheel en al uitblijft,

vindt juist in de hoogere graden zijne oorzaak. Want aangenomen al, dat

benskeim eben in den Hochgraden. zij ook hun goede zijden kunnen heb-

Denn wenn man auch glauben will, ben, en dat ze meestal slechts berusten

dasz dieselben ihre gute Seiten haben

können, dasz sie meist nur durch Gewohnheit und Eitelkeit gehalten werden, so laszt sich doch dem Gedanken nicht ganzlich wehren, es sei möglich, dasz sich in ihnen eine Gewalt concentrire, die wenigstens gemiszbraunht werden könne zur Hinderung langst ersehnter Fortschritte auf der Bahn der Menschenbildung im Bunde.

op gewoonte en ijdeltuiterij, dan valt toch de gedachte niet geheel end' al opzij te zetten, dat het toch mogelijk is, dat er in hen een bestuur ligt opgesloten, hetwelk althans misbruikt zou kunnen worden tot stremming van een lang-gewenschten voortgang op het pad der magonnieke vorming van de menschheid.

Geciteerd in der Freimaurer-Orden, Eckert, p. 290-291.

Het is een eigenaardig citaat, dat onwillekeurig den geringschattenden dunk bevestigt, dien mag.", groot-auteurs ten opzichte van de Blauwe Vrijmetselarij