is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot welke toestanden een dergelijke zedelijkheidsopvatting in de maatschappelijke verhoudingen leidt, laat zich bij eenig nadeiiken licht inzien. Aangenomen al, dat de beoefenaar van de natuurlijke moraal breed genoeg van inzicht is, om zijne beschouwingen niet op egocentrischen maar op sociaalaltruïstischen grondslag te plaatsen, — aangenomen alzoo, dat hij, hoewel de polygamie niet als onnatuurlijk van persoonlijk standpunt beschouwend, toch uit de biologische wet, dat het aantal mannen en vrouwen op de wereld altijd

om-ende-bij gelijk is, afleidt, dat de natuur éen vrouw voor éen man wil,

dan zal daarin toch voor hem geen argument liggen voor de onontbindbaarheid des huwelijks, zooals die door het orthodox Christendom wordt onderwezen. Integendeel moet het instituut der echtscheiding in de burgerlijke wetgeving bij hem, krachtens zijn princiep, een overtuigden steun vinden. Dit is dan ook in het algemeen genomen, practisch vrijwel het geval. Den 14 Juni 1885 werd — naar een medewerker mij mededeelt op grond van een verslag, dat in het Weekblad voor Vrijmetselaars van 14 Juni 1885 moet voorkomen — te Geldermalsen een rede gehouden door Br.*. N. A. Calisch, die daarin o.m. betoogde:

Vrijheid van echtscheiding zoowel bij „onderling goedvinden" der echtgenooten als bij gebleken „volhardenden wil" van een hunner, is, mits onder behoorlijke wettige waarborgen der vermogensrechten en van de opvoeding der kinderen, in een liberalen Staat een dringend vereischte.

De rede schijnt aanleiding te hebben gegeven tot debat. Volgens denzelfden zegsman moet Br.'. C. J. M. Dijkmans toen luidens dezelfde bron gezegd hebben :

Sous une suffisante garantie légale des droits financiers et de 1'éducation des enfants, la liberté de divorce, tant par consentement mutuel des époux que par la volonté assidue d'une des parties, est d'une nécessité urgente dans un Etat libéral.

Is het huwelijk iets anders dan eene zekere vriendschap, gesloten tusschen twee personen ? Moet die vriendschap door de wet worden verplicht ? Het is een dwaasheid dit te beweren... Hij is met den inleider (Br.*. Calisch) eens, dat de V.". M.\ wel degelijk verplicht is er toe mede te werken, dat de weg worde gebaand tot eene gemakkelijke echtscheiding, en onze pers er in de eerste plaats toe moet medewerken aezonde denkbeelden daarom¬

trent te verspreiden.

Volgens de hierboven gehuldigde natuurleer kan zelfs het euvel der prosti-

Le mariage est-il autre chose qu' une espèce d'amitié conclue entre deux individus? Cette amitié, doit-elle être rendue obligatoire par la loi ? Le prétendre, c'est une folie.... Iladmetavec 1'orateur (le F.'. Calisch) que le F.". M.'. est sans aucun doute obligé de coopérer a rendre le divorce facile, et notre presse en premier lieu doit contribuer a répandre de saines idéés sur cette matière.