is toegevoegd aan uw favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen sommige ma?.', schrijvers het feit, dat de Vrijmetselarij in verschillende landen zelve, vrijwillig, vorsten of prinsen van den bloede aan haar hoofd stelde en nog heeft.

Het feit staat inderdaad historisch vast niet alleen, maar deed en doet zich zelfs veelvuldig voor. De kwestie is echter, of hieruit de betoogkracht voortvloeit, die degenen, welke er aldus mee argumenteeren, erin willen leggen. Immers, een Duitsche mag.', bron getuigt:

No. 237.

LATOMIA, Juli 1865, p. 62:

TEXT: VERTALING:

Wenn man den Fürsten die Leitung Als men de leiding van Loge-zaken der Logenangelegenheiten in die Hun- aan vorsten in handen geeft, gebeurt de giebt, so gescliieht dies nur zum dit slechts in schijn, en de GedepuSchein und die Deputierten decken teerden dekken hun eigen maatregelen ihre eigenen Massregeln mit dem met den naam des vorsten. fürstlichen Namen.

Geciteerd in Kleines Handbuch der Freimaurerei, door Franz Ewald, bladz. 12.

Deze aanhaling is opzettelijk ontleend aan een geschrift, verschenen, niet in een der landen waar voortdurend de geest van den opstand bromt, maar in een der Rijken, waar het monarchaal beginsel dieper in de levensopvattingen des volks was doorgedrongen dan in wellicht eenig ander land ter wereld. Het staat overigens niet alleen. Ziehier een tweede voorbeeld :

No. 238.

GESCHICHTE DER FREIMAUREREI Jeder (Venturini) 1824, p. 149:

TEXT:

Höchst erfreulich ist der Zutritt der Fürsten, Prinzen u.s.w. Wenn \ene Groszen auch nicht den Bau als Werkleute befördern dürfen und die Maurergerathe nur von Silber niedlich verjüngt im Knopjloch tragen, so sind sie doch für den Bund wichtig durch ihren Reichthum als Bauherrn oder durch ihren weit ausgedehnten EinJlusz im Staate. Zudem sind solche geheime Verbindungen, so frei und sjelbstandig sie auch erscheinen mogen,, do£h gar zu abhangig von gntem Wetter von Obenher, und gedeihen nur im Sonnenschein. Wo der Fürst

VERTALING:

Dat vorsten, prinsen e.d. toetreden, is zeer verblijdend. Al mogen die groote heeren aan het bouwwerk ook al niet als werklieden meêdoen en de metselaarsgereedschappen, netjes verkleind, slechts van zilver in het knoopsgat dragen, zoo zijn zij toch voor de Orde van belang door hun rijkdom als bouwheer of door hun wijd-omvattenden invloed in den Staat. Buitendien zijn zulke geheime genootschappen, hoe vrij en zelfstandig zij ook mogen lijken, toch maar al te zeer afhankelijk van de goede luim aan hoogerhand; ze bloeien slechts in den zonneschijn. Waar