is toegevoegd aan uw favorieten.

Het geestelijk rituaal der vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Westen herhaald; de CHA heeft vermeend dat de slagen — zooals trouwens thans algemeen gebruikelijk is — van den tweeden Opz.\ moeten uitgaan, van het Westen dus, en in het Oosten worden „opgenomen"; de bede gaat van de aarde uit om in de Hemelen (in den Hemel van ieders hart) te worden verhoord.

Vóór de sluiting van de Loge door den tweeden Opz.\ zijn de kleine Lichten gedoofd door beide Opzz.\ en den A.-. M.\, Dit volgt uit de omstandigheid, dat de arbeiders vergenoegd of tevreden zijn (verg. blz. 51). De beteekenis van dat dooven is immers niet dat het Licht nu op aarde verdwijnt, maar het moet aanduiden dat het Licht in de zielen der arbeiders is opgenomen; het dooven geschiedt dan ook onder de woorden W.\ K.\ en S.\.

F. Opening en sluiting in den Meestergraad.

De opening in den Meestergraad draagt een geheel ander karakter dan die in de beide eerste graden. Weliswaar is zij ook hier een inwijding van degenen die reeds in dien graad zijn aangenomen, maar terwijl in den eersten en tweeden graad de lichtsymboliek op den voorgrond staat, weergevende den kosmischen gang van het Licht, wordt in de opening van den derden graad geschetst, hoe het Licht op aarde verdwijnt door de menschelijke hartstochten, hoe het Woord verloren gaat, terwijl het in de sluiting blijkt te zijn wederge vonden.

Wel zeer in het bijzonder dient de aandacht er op te vallen, dat het verlorene is wedergevonden na de derdegraadsinwijding; er is niet iets plaatsvervangends gevonden terwijl het Woord verloren blijft, neen, uitdrukkelijk zegt de sluiting, dat het verlorene, het verloren Woord, Gods Woord, Gods Naam is wedergevonden. In de sluiting vinden we ook den kosmischen gang van het Licht weer, zij het in andere bewoordingen dan bij de beide eerste graden; bij de opening der Meesterloge was dit Licht voor den mensch verdwenen en kon zijn weg niet worden uitgebeeld.