is toegevoegd aan uw favorieten.

Het geestelijk rituaal der vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opening in den derden graad is in 1820 zeer lang doordat men er een catechismus aan heeft verbonden, die hoe schoon ook op sommige punten — toch beter afzonderlijk kan worden behandeld in tegenwoordigheid van de nieuw aangenomenen; de CHA heeft dat gedeelte dan ook niet in de opening overgenomen.

Deze begint weder met de schoone vraag omtrent het V.'.M.-.schap van den eersten Opz.\, van het principe in ons dat, aan aarde gebonden, tracht in het aardsche, in het horizontale leven de Wijsheid te verwerkelijken die in en door den tweeden Opz.\ werd ontdekt, het principe dat er met alle kracht naar streeft om het horizontale in het leven te verbinden aan den verticaal.

In den eersten graad was het antwoord: „Alle mijne Bbr.\ erkennen mij daarvoor" d. i.: alle mijne gedachten erkennen , dit principe. K

In den tweeden graad luidt het antwoord: „De Letter G.\ is mij bekend , d. i.: ik ken het Godsprincipe dat aan alles ten grondslag ligt.

En in den derden graad, op de vraag of men Meester is, luidt het antwoord: „Beproef mij, neem mij aan of verwerp mij, de acacia is mij bekend" (de acacia die op het graf van den Meester stond om de plek te herkennen waar hij is begraven).

De eerste Opz.\ in ons weet, dat de Meester (in ons) * inderdaad onsterfelijk is; de acacia, de boom der onsterfelijkheid, is ten teeken daarvan op zijn graf geplant toen hij daarin was neergelegd en met aarde, met het aardsche, was overdekt. De eerste Opz.\ weet dat de Meester in ons telkens en telkens weer opstaat als wij Hem zelf hebben neergeslagen; inhoeverre echter in zijn menschzijn de Meester overheerscht, ziet, die vraag durft hij niet beantwoorden en hij zegt tot den Meester in het Oosten: -Beproef mij, neem mij aan of verwerp mij, zeg mij, of het aardsche dan wel het hoogere principe in mij overheerscht, maar ik weet, dat de Meester onsterfelijk is.

Ik teeken hierbij aan dat in het oude rituaal die uitdrukking