is toegevoegd aan uw favorieten.

Het geestelijk rituaal der vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.'.M.-., volle middag". Deze uitdrukking staat tegenover die van de sluiting: „De volmaakte tijd van den V.'.M.'., volle middernacht".

Is deze laatste uitdrukking blijkbaar overgekomen uit een hoogeren graad, de „tijd van den volmaakten V.\M.\" wordt in 1820 voor het eerst — voorzoover mij bekend — aangetroffen en zal dan moeten beduiden, dat het de tijd is waarop de volmaakte V.'.M.'., de Meester, wordt gevonden, wordt geboren, opstaat uit het stoffelijke. Daarop volgt dan weer het gebed van den A.\ M.\ waarmede de Loge wordt geopend.

En dan de sluiting:

„Br.-, tweede Opz.'., van waar komt gij? Van zonnenopgang.

Werwaarts gaat gij?

Naar zonnenondergang.

Wat gaat gij doen bij den opgang der zon?

Mij verheugen, dat ik met U het verlorene heb wederge vonden.

Waar hebt gij het gevonden?

Tusschen den Passer en den Winkelhaak onder den acaciatak."

Deze sluiting is zoo verheven, dat het mij bepaald leed doet, dat ik toch nog een paar opmerkingen moet maken.

Vooreerst dan dat, naar het mij voorkomt, de tweede Opz.-. komt van zonnenondergang en gaat naar zonnenopgang en niet omgekeerd; het is thans bij hem volle middernacht, de geboorte van het Licht in de eigen ziel (Kerstmis), en hij gaat naar den opgang van dat Licht (Paschen); daarop sluit dan de vraag: „Wat gaat gij doen bij den opgang der zon?" onmiddellijk aan. In het oude rituaal van 1820 antwoordt de eerste Opz.'. en niet de tweede, dat hij komt van den opgang en gaat naar den ondergang en dat is voor hem volkomen juist, maar hij is niet de juiste figuur om de vragen te beantwoorden; dat is de tweede Opz.-., de wegwijzer naar