is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere staten erkenden hem als hun leider, hoewel zij volkomen vrij waren in het behartigen van hun eigen binnenlandsche aangelegenheden. Ook was er, in het Zuiden van het eiland, een onafhankelijke stad met enkele mijlen aan haar behoorend grondgebied.

Al deze Koningen waren ambtshalve ook hoogepriesters — evenals in Egypte — en het paleis van den Koning was altijd tevens de voornaamste tempel van zijn Rijk. Het volk vereerde een tweevoudige godheid — Vader-Moeder -— en deze twee werden als één beschouwd, hoewel sommigen meer aanbidding brachten aan het Vader-aspect, anderen meer aan de Moeder. De Vader werd, wanneer van hem afzonderlijk werd gesproken, Brito genoemd en de Moeder Diktynna. Van deze godheden werden geen standbeelden gemaakt, doch groote eerbied werd betoond aan hun zinnebeeld, dat de bijl met twee bladen was*). Deze werd zoowel in steen gehouwen als van metaal vervaardigd en opgericht in de tempels, waarin men natuurlijk een standbeeld verwacht zou hebben; een door het gebruik geijkte afbeelding er van stelde in de geschriften van dien tijd de godheid voor. Deze dubbele bijl werd labrys genoemd en voor dit zinnebeeld werd oorspronkelijk het beroemde labyrinth aangelegd, om voor de menschen de moeilijkheid van het vinden van het Pad dat tot God leidt zinnebeeldig voor te stellen.

Een groot deel van hun godsdienstplechtigheden en eerediensten werd in de open lucht gehouden. Verscheidene merkwaardige alleenstaande rotspieken werden beschouwd ais aan de Groote Moeder gewijd, en op zekere dagen in elke maand trokken de Koning en zijn volk naar de eene of de andere dezer pieken, waar gebeden en lofliederen gezongen werden. Er werd een vuur ontstoken en elke deelnemer vlocht voor zichzelf

Plaat I, 1. Ook: Het Verborgen Leven in de Vrijmetselarij, blzn. 84-86. (Vert.)