is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

purper, in hemelsblaauw, en in fijn linnen, en in karmezijn, en om alle graveersel te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden."l)

Josephus bevestigt de overlevering dat hij meer een kunstenaar en een handwerksman was dan een bouwkundige: „Deze man was bedreven in allerlei soorten werk, doch zijn voornaamste bedrevenheid lag in het bewerken van goud en zilver en koper, en hij verrichtte al het bijzondere werk aan den tempel zooals de Koning het wenschte."2) Hij was de zoon eener weduwe van den stam Naphtali, en zijn vader was een man van Tyrus, eveneens een koperwerker vóór hem. Daar zooveel verantwoordelijkheid in zijn handen berustte en hij een zoo bekwame kunstenaar was, schijnt hij in het vertrouwen van Koning Salomo opgenomen en een lid van zijn raad geweest te zijn. Blijkbaar werd hij door de twee Koningen als een gelijke behandeld, en dat is een van de redenen welke Br. Ward er toe bracht Hiram Abiff te vertalen als „Hiram zijn vader" en de zaak voor te stellen als zou de Koning van Tyrus zijn vader, die afstand van den troon had gedaan, gezonden hebben om het toezicht te houden op de versiering van den tempel.

Het Omwerken der Ritualen.

Echter waren Koning Salomo's plannen voor het tot één geheel vormen van zijn volk nog niet voltooid. Door het bouwen van zijn tempel had hij een uiterlijk middelpunt van den nationalen eeredienst gevormd en nu was het zijn verlangen dat de Mysteriën — de kern van den godsdienst van zijn volk en het brandpunt van hun geestelijk bewustzijn — in hun vorm óók zuiver Joodsch zouden worden. Het sedert den tijd van Mozes

J) II Kron. II : 14.

2) Josephus: Joodsche Oudheden, VIII.