is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik stel mij voor, dat degenen die de Mysteriën instelden niet onverlicht waren, doch in werkelijkheid een verborgen bedoeling hadden toen zij lang geleden zeiden dat wie oningewijd en ongeheiligd overgaat naar de andere wereld in het slijk zal liggen, doch wie daar ingewijd en gelouterd aankomt met de Goden zal verblijven.'1)

Cicero was in de Mysteriën ingewijd en had er den hoogsten eerbied voor2), terwijl Proclus ons in de laatste dagen van het heidensche geloof verhaalt:

„De allerheiligste Riten van Eleusis waarborgen den Ingewijden het genieten der goede diensten van Kore wanneer zij van hun lichamen bevrijd zullen zijn."3)

Het is waar, dat er in den vervaltijd van Rome ontaarde ceremoniën verbonden waren aan de Mysteriën van Bacchus, welke orgiën van zeer onaangenamen aard inhielden, doch zij hielden geenerlei verband met de oorspronkelijke Eleusische Mysteriën, welke tegen dien tijd bijna geheel op den achtergrond vervaagd waren.

De tegenwoordige wereld weet weinig van de waarheid omtrent de Grieksche Mysteriën, want hun werkzaamheden en leerstellingen werden werkelijk geheim gehouden. Afgescheiden van den sterken drang der openbare meening, welke de geringste schending der geheimhouding beschouwde als een daad van vreeselijke goddeloosheid, vernemen wij van het toepassen van de doodstraf in een geval waarin twee oningewijden bij toeval doordrongen in de heilige besloten ruimte te Eleusis gedurende het verrichten der Mysteriën.4) Daardoor hebben ons slechts zeer weinig

*) Plato: Phaedo, Loeb. Editie, blz. 241.

3) Cicero: De Legibus, II, 14.

s) Proclus: Comment. in Plat. rem pub., aangehaald door Foucart, aangehaald werk blz. 364.

4) Livius, XXXI, 14.