is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kloosterorde geweest zijn met vestigingen in Ierland en Schotland,1) öf in ruimeren zin de monniken en geestelijken van de Keltische Kerk in het algemeen vertegenwoordigden en eveneens hen die in latere tijden als hun opvolgers werden aangemerkt.2)

Wij hooren van hen in Ierland van de negende tot de zeventiende eeuw en van de negende tot de veertiende eeuw in Schotland, waar zij verscheidene invloedrijke kloostergemeenten hadden, waaronder een op het heilige eiland Iona, dat een der grootste geestelijke middelpunten van het Keltische Christendom was geweest reeds lang vóór het woord Culdee in de desbetreffende geschiedenisverslagen vermeld wordt. In Wales leefde in de twaalfde eeuw een strenge gemeente van Culdeeën op het eiland Bardsey, het heilige eiland van Wales, terwijl wij hen in Engeland vinden als de dienstdoende geestelijkheid van de St. Pieters Kathedraal te York gedurende de regeering van Koning Athelstan, die zoo nauw verbonden was met de Engelsche Ma<;onnieke overlevering.3) Het heet dat hij, na de gebeden der Culdeeën voor een overwinning op de Schotten te hebben ingeroepen, hun na zijn terugkeer als overwinnaar een eeuwigdurende gift in koren schonk, om hen in staat te stellen hun werken van liefdadigheid voor te zetten.

Hun naam is afgeleid geworden van het Keltische Céle-Dé, wat beteekent: Gezel of Dienaar van God, en van het Latijnsche Colidei, aanbidders van God. Anderen hebben gedacht dat hij afkomstig is van het Keltische cuill dich, wat beteekent: mannen van afzondering, doch de etymologie van het woord is niet met zekerheid bekend. Godfrey Higgins beweerde dat het woord Culdee hetzelfde was als Chaldae en

-1) Encyclopaedia Britannica (1 lde uitg.), onderwerp: Culdees.

2) R. F. Gould: History of Freemasonry, Dl. I, blz. 47.

3) Idem, Dl. I, blz. 50 v.v.