is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jacques", die eveneens leden van deze drie ambachten toelieten en later van nog vele andere, voornamelijk zadelmakers, schoenmakers, kleermakers, messenmakers en hoedenmakers, terwijl de derde afdeeling „Maïtre Soubise" volgde en oorspronkelijk alleen uit timmerlieden bestond, hoewel in lateren tijd stukadoors en pannendekkers ook toegelaten werden. Algemeen wordt erkend dat de „Zonen van Salomo" de oudsten van allen waren en een ander merkwaardig feit is, dat de metselaars (zorgvuldig te onderscheiden van de steenhouwers) in het geheel niet toegelaten werden. Arbeidsbureax, behoorende aan deze drie genootschappen, bestonden in de voornaamste steden van Frankrijk, en reizende daglooners hadden recht op logies in en — bij het zoeken van werk — op hulp van de huizen welke aan hun broederschap behoorden.

De drie afdeelingen van de „Compagnonnage" bewaarden legenden betreffende Koning Salomo en zijn tempel. Er is weinig bekend omtrent den vorm der legende welke onder de „Zonen van Salomo" in omloop was, doch er zijn merkwaardige aanwijzingen dat het verhaal van den dood van Hiram (dat niet in den Bijbel voorkomt) aan hen bekend was. Perdiguier vertelt ons weinig, doch hij geeft zekere aanwijzingen:

„Een oude fabel is onder hen (de „Zonen van Salomo") in omloop gekomen, welke volgens sommigen betrekking heeft op Hiram, volgens anderen op Adonhiram; daarin worden misdaden en straffen voorgesteld."

Ook vertelt hij ons „dat de schrijnwerkers van „Maïtre Jacques" witte handschoenen dragen omdat zij, naar zij zeggen, hun handen niet gedompeld hadden in het bloed van Hiram."

Verder zegt hij ten aanzien van het gebruiken van