is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woord chien, dat op alle „Compagnons du Devoir" toegepast werd:

„Sommigen gelooven, dat het afkomstig is van het feit dat een hond de plaats ontdekte waar het lijk van Hiram, den bouwmeester van den Tempel, onder het puin lag, waarna alle gezellen, die zich afscheidden van de moordenaars van Hiram, chiens of honden genoemd werden."

Sommigen — onder wie Perdiguier zelf — hebben gedacht, dat dit aanduidingen zijn van een legende welke aan de Vrijmetselaars ontleend kan zijn, doch zij wijzen duidelijk op een onafhankelijke soort overlevering welke onder de steenhouwers van Frankrijk was doorgegeven. „Maïtre Jacques" en „Maïtre Soubise" hebben ook elk hun traditioneele geschiedenis, welke eveneens teruggaat tot de dagen van Salomo's Tempel. In de geschiedenis van den eerste wordt een uitvoerig verhaal van den dood van „Maïtre Jacques" gegeven, dat evenzeer een weerklank kan zijn van den dood van een anderen en grooteren Meester — want zij is duidelijk symbolisch bedoeld. Er is ook wel verondersteld dat zij sloeg op den dood van Jacques de Molay, den laatsten Grootmeester der Tempelridders. Er blijft omtrent de „Compagnonnage" nog veel te ontdekken over, want tot dusver werd nog geen volledig onderzoek ingesteld in de verslagen van het genootschap, en het kan wel zijn, dat toekomstige nasporingen duidelijk zullen aantoonen dat de bespiegelende Vrijmetselaars van Engeland en de daglooners van Frankrijk hun overleveringen ontleenen aan een gemeenschappelijke afstamming uit de oude Mysteriën. Dit was althans de meening van R. F. Gould, den grootsten onzer Ma^onnieke geschiedschrijvers.1)

*) Zie Gould: History of Freemasonry, Dl. I, Hfdst. IV en V, voor een volledig verslag van wat bekend is van de Fransche Ambachtsgilden en de „Compagnonnage".