is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaam om onder een gezamenlijken Grootmeester als middelpunt van Eensgezindheid en Orde, een vasteren band te leggen tusschen die Loges welke vergaderden :

1. In het ,,Goose and Gridiron"-bierhuis in St. Paul's Church-yard.

2. In het „Crown"-biethuis in Parker's Lane, bij Drury-Lane.

3. In de ,,Apple~Tree"-herberg in Charles Street, Covent Garden.

4. In de „Rummer and Grapes"-herberg in Channel-Row, Westminster.

„Deze en nog eenige oude Broeders vergaderden in den gezegden „Apple-Tree", en nadat zij den oudsten aanwezigen Meester-Vrijmetselaar (overeenkomende met wat nu genoemd wordt de Meester eener Loge) tot voorzitter hadden benoemd, constitueerden zij zich geheel volgens den vorm tot een Groot-Loge pro tempore, en stelden ook onmiddellijk weer in de Driemaandelijksche Vergadering der Officieren der Loges (genaamd de Groot-Loge), en besloten de Jaarlijksche Vergadering en Feestmaaltijd te houden, en daarna een Grootmeester te kiezen uit hun midden, tot tijd en wijle zij de eer zouden genieten weer een Edelman-Broeder aan hun hoofd te zien. Diensvolgens werd de Groot-Loge gevormd op den dag van Johannes den Dooper in 1717, met Anthony Sayer als Eersten Grootmeester."1)

Br. Calvert heeft aangetoond dat de eerste drie Loges waarschijnlijk bestonden uit werk-Vrijmetselaars en elk ongeveer vijftien Broeders telden, terwijl de vierde Loge een rol had van zeventig leden en de bespiegelende Loge was, waartoe in den eersten tijd al de leidende Vrijmetselaars behoorden, onder wie

Gould: Beknopte Geschiedenis der Vrijmetselarij, blz. 240.