is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Payne, Anderson en Desaguliers, en een groote en invloedrijke groep edellieden.1)

Aanvankelijk schijnt zeer weinig gedaan te zijn, en het blijkt niet dat de oorspronkelijke stichters der Groot-Loge ook maar in 't minst bedoelden een wereld-beweging op touw te zetten, doch toen de Hertog van Montague in 1721 Grootmeester werd, kwam de Vereeniging met één sprong tot roem en voorspoed.

De eerste taak was het verzamelen en schikken der Oude Gothische Constituties welke, zooals wij gezien hebben, in de Loges waren doorgegeven sedert den tijd der werk-metselaars; dit werd in 1721 door Anderson gedaan. De Constituties werden in 1723 gedrukt, en een tweede eenigszins gewijzigde uitgave volgde in 1738, toen het bespiegelende stelsel stevig gevestigd was onder de bescherming van de GrootLoge. George Payne, de tweede Grootmeester, stelde de regels op, Anderson rangschikte de algemeene onderwerpen volgens „een nieuwe en betere wijze", Dr. Desaguliers, de derde Grootmeester, schreef het Voorwoord en de Opdracht en de vierde Grootmeester, de Hertog van Montague, gaf last tot het drukken van het boek, nadat het uitdrukkelijk goedgekeurd was door de Groot-Loge.2)

Wellicht is het belangrijkste kenmerk van deze Constituties het beraden wegnemen van alle godsdienstige belemmeringen voor het toetreden tot de Orde. Onze oude Bb. metselaren waren natuurlijk Christenen en Katholieken geweest, doch nu zou weer de alomvattendheid der Mysteriën aangetoond worden door het wegnemen van alle sektarische beperkingen. De taal waarin dit werd uitgedrukt is niet

]) A. F. Calvert: The Grand Lodge of England, aangehaald in The Builders, Dl. X, blz. 84.

2) Idem. Dl. X, blz. 205.