is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezel en Meester bevorderd", doch men weet niet met klaarheid wat precies plaats had.1) Tegen 1738 schijnt de werkwijze in de Loges in het algemeen gelijk geweest te zijn aan die welke wij heden kennen.

Tegenstand.

Dat er aanvankelijk aan de zijde van oudere Vrijmetselaars tegenover de nieuwe beweging eenig wantrouwen en afkeer was, is wel zeker. Anderson vertelt ons in de tweede uitgave van de Constituties (1738) dat in 1720:

„In sommige particuliere Loges werden verscheidene zeer waardevolle Handschriften (want zij bezaten nog niets in druk) betreffende de Broederschap, hun Loges, Reglementen, Plichten, Geheimen en Gebruiken (in het bijzonder een, geschreven door den Heer Nicholas Stone, den Opziener van „Inigo Jones") te haastig verbrand door sommige angstvallige Broeders, opdat deze Papieren niet in vreemde Handen zouden vallen."2)

Wij weten dat er andere Loges waren, welke niet aanvankelijk in de Groot-Loge begrepen waren, en nu kan het wel zijn dat sommige oudere Bb. het nieuwe waagstuk met argwaam beschouwden en hun verslagen vernietigden om te voorkomen dat zij in handen der nieuwlichters zouden vallen. Er is ook een veronderstelling, dat andere overleveringen elders meer volledig werden bewaard, zooals wij zullen zien in verband met de afscheiding der „Ouden". Doch hoewel de Groot-Loge bescheiden genoeg was ingewijd, begon zij onder den Hertog van Montague spoedig de aandacht te trekken en haar slagen als beweging was terstond een feit.

x) Gould: Beknopte Geschiedenis der Vrijmetselarij, blzn. 264-65.

2) A. Q. C., XVI, blz. 33. Zie terug, blz. 225.