is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Successie van Geïnst. MM..

De opvolging der Geïnst. MM. werd in het nieuwe tijdperk gehandhaafd, hoewel er in Londen weinig sporen zijn van een bepaalden graad in den zin van een ritueelen arbeid. Zulk een graad maakte deel uit van de goedgekeurde werkwijze der „Ouden" in 1751, doch hij werd niet vóór 1810 door de „Modernen" aangenomen.1) Het vermogen zelf echter werd overgedragen door de daad der installatie, welke het wezenlijke deel van het sacrament uitmaakt, en wij vernemen uit de „Manner of Constituting a New Lodge according to the ancient Usages of Masons", welke in de Constituties van 1723 gegeven wordt, dat nadat de nieuwe Meester zich aan de Plichten van een Meester had onderworpen „zooals Meesters alle eeuwen hebben gedaan", de Grootmeester hem „door zekere belangrijke Ceremoniën en oude Gebruiken zal installeeren."2)

De Groot-Loges van York, Ierland en Schotland.

Hoewel nu de drang tot herleving klaarblijkelijk in Londen was ontstaan met de oprichting der GrootLoge van Londen, was de „Apple-Tree"-herberg toch niet de eenige tempel der Mysteriën. Andere Loges bestonden zoowel in Engeland als in de zusterkoninkrijken, en andere even geldige stroomen van overlevering begonnen aan de oppervlakte te komen in verschillende middelpunten. York was tallooze jaren lang een machtig en gewijd heiligdom der bespiegelende Vrijmetselarij geweest, en de „oude Loge"

!) Gould: Beknopte Geschiedenis der Vrijmetselarij, blz. 271. 2) The Constitutions of Freemasons (Bi-centenary Ed.), blz. 72.