is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder vertelt hij ons iets van den aard van die verschillen:

„Een „Moderne" Vrijmetselaar mag veilig al zijn geheimen aan een „Ouden" Vrijmetselaar mededeelen, doch een „Oude" kan niet met dezelfde veiligheid al zijn geheimen aan een „Modernen" Vrijmetselaar toevertrouwen zonder verdere ceremonie. Want evenals een Wetenschap een Kunst omvat (doch een Kunst niet een Wetenschap kan omvatten), zoo ook bevat de „Oude" Vrijmetselarij alles wat voor de „Modernen" van waarde is, zoowel als nog vele andere dingen welke niet geopenbaard kunnen worden zonder bijkomstige ceremoniën."

Er valt wel niet aan te twijfelen, dat deze verschillen bestonden in veranderingen in den 3°, den graad van Geïnst. M„ en den „Holy Royal Arch"; zij zijn duidelijk het gevolg van het erven van verschillende stroomen van Magonnieke overleveringen. Het is bijna zeker, dat de Modernen werkelijk nieuwigheden in het rituaal brachten; zij schijnen de woorden van den Eersten en den Tweeden Graad verwisseld te hebben wegens de onthullingen in Samuel Prichard's Masonry Dissected, dat in Engeland en op het Vasteland zeer ruim verkocht werd; de oude orde wordt nog gehandhaafd in de Vrijmetselarij op het Vasteland, vooral in Loges welke werken met wat bekend is als den Franschen Ritus.

De „Holy Royal Arch".

De eerste vermelding van den „Holy Royal Arch" in verslagen uit den tijd komt voor te Youghal in Ierland in 1743, en wij hooren er weer van in 1744 in Dr. Dassigny's Serious and Impartial Enquiry into the cause of the Present Decay of Freemasonry in the Kingdom of Ireland, waarin hij ons vertelt van het bestaan van een Vergadering van „Royal Arch"