is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steward van Schotland, in 1286 — kort na den dood van Alexander III, Koning van Schotland, en een jaar vóór de troonsbestijging van John Baliol — Grootmeester was van een Loge te Kilwinning in het Westen van Schotland."

Ramsay verklaart verder, dat geleidelijk onze Loges en riten bijna overal verwaarloosd werden, maar toch werden zij in volkomen ongeschondenheid bewaard onder die Schotten, aan wie de Koningen van Frankrijk gedurende vele eeuwen de bescherming van hun vorstelijke personen hadden toevertrouwd. Hij erkent dat „Groot-Brittanje de zetel werd van onze Orde, de bewaarder van onze wetten en de bewaarplaats onzer geheimen." Vele van onze riten en gebruiken, welke niet strookten met de vooroordeelen der hervormers, werden veranderd, onherkenbaar gemaakt of geheel weggelaten. Zoo kwam het, dat vele Bb. den geest vergaten en slechts de schil van den uiterlijken vorm behielden. De Vrijmetselarij zal echter in de toekomst in haar oorspronkelijken luister hersteld worden.

De ritualen dezer „Scots"-Graden zijn verschillend, doch één hoofddenkbeeld ligt aan alle ten grondslag, namelijk: het door Schotsche Kruisvaarders in een gewelf ontdekken van het lang verloren, onuitsprekelijke Woord; bij het zoeken ernaar moesten zij met het zwaard in de eene en den troffel in de andere hand tewerk gaan.1) Dezelfde symboliek van het zwaard en den troffel wordt vermeld in de redevoering van Ramsay, waarin hij de Vrijmetselarij, door de Schotsche Kruisvaarders, laat afstammen van de aartsvaders en de oude Mysteriën. Verder worden zij vermeld zoowel in het tegenwoordige rituaal van de „Royal Order of Scotland" — volgens hetwelk de candidaat den E. aflegt met een zwaard in de eene en een troffel in de

!) Gould: History of Freemasonry, III, blz. 92.