is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere hand1) — als in een aanhaling van dat rituaal, welke reeds in 1736 te Newcastle in druk verscheen.2) Wij vernemen dat twee Schotsche graden in 1737 ontvangen werden door Baron C. F. Scheffer, den eersten Grootmeester van Zweden,3) en wij mogen misschien opperen — hoewel dit in strijd is met de theorie welke door de meeste Ma^onnieke schrijvers wordt aangehangen -— dat de redevoering van Ramsay, al kan zij er toe bijgedragen hebben de Schotsche Vrijmetselarij populair te maken, in werkelijkheid eerder een gevolg dan de oorzaak was van de invoering op het Vasteland van Vrijmetselarij der hooge graden, welke steeds door rustig van achter de schermen werd geleid door het H. V. A. W. V..

De „Maïtres Ecossais" eischten buitengewone privilegiën in de Fransche Loges der Blauwe Vrijmetselarij, welke in 1755 formeel erkend werden door de Groot-Loge van Frankrijk.4) Zij droegen kenmerkende kleeding, hielden het hoofd gedekt in een Meesters Loge, eischten het recht om de Blauwe graden met of zonder een ceremonie te verleenen; later benoemde zelfs de ,.Scots Loge den A. M. van de overeenkomstige Blauwe Loge, zonder de Bb. die hij zou besturen te raadplegen. Verder eigenden zij zich het privilege der Groot-Loge toe en gaven constitutiebrieven af. Van deze was een der belangrijkste de „Mère-Loge-Ecossaise" van Marseille, naar het heet in 1751 gesticht, die in een aantal graden werkte welke niet behooren tot wat later de Schotsche Ritus werd, doch naderhand — althans zoover het hun titels betreft — werden ingelijfd in den Ritus van

]) A. E. Waite: Secret Tradition in Freemasonru, Dl. I, blz. 404.

2) A. Q. C., XV, 186.

s) Gould: Beknopte Geschiedenis der Vrijmetselarij, blz. 325.

4) Gould: History of Freemasonry, III, blz. 95.