is toegevoegd aan uw favorieten.

De godsdienst der Vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van organisatie in de Groot-Loge, doch een nieuwe houding jegens de Kerk en den Godsdienst — een houding waarvan de volle beteekenis eerst jaren later begrepen werd, en toen deed zij een scheuring ontstaan, die een halve eeuw duurde. Het artikel over „God en de Godsdienst" in de Constituties van 1723, is wanneer wij het lezen in de zetting van dien tijd, een buitengewone uitspraak, tegelijk revolutionnair en profetisch. In één woord, evenals de Vrijmetselarij tijdens de Hervorming haar verband verbrak met het Katholicisme, scheidde zij zich in 1723 eens voor altijd af van alle kerken of sekten en maakte zij zich sedertdien vrij van ieder stelsel of iedere theologie. Zij stelde zich voor, de menschen te vereenigen op de basis van den gemeenschappelijken eeuwigen Godsdienst „waarin allen overeenstemmen", en vroeg den Vrijmetselaars om „hun bijzondere opvattingen voor zichzelf te behouden" en ze niet tot een toets voor Mafonniek lidmaatschap te maken.

Slechts weinigen evenwel beseften hoe vèrreikend zulk een basis werkelijk was, doch tegen het midden der eeuw ontdekte men er de beteekenis van, en een concurrente Groot-Loge werd georganiseerd in 1751, die de godsdienstige kwestie als een voorwendsel, zoo niets meer, gebruikte, omdat andere beweegredenen en invloe-