is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de geschiedenis van de vrijmetselarij in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonden aan alle BB.-. S.-. P.-. van het Rozenkruis (zie bijlage H).

De medewerking tot de oprichting van de Afdeelingen van den Meestergraad, die de Prins steeds mocht ondervinden van derden en vooral naar het scheen van br.-. Johannes Kinker uit het kapittel „La Charité", Grootredenaar van het G.-. O.■ der Nederlanden en br.-. ,T. TV'. van Vredenburch van de Loge „Silentium" te Delft, was in die dagen een krachtige steun voor hem.

Den 17en Februari 1820 werd de eerste vergadering van een Bouwhut en wel van „L'Union Royale" in het O.-, van 's-Gravenhage gehouden.

De le algemeene vergadering had den 23 Mei 1820 plaats en den 5 October d. a. v. de eerste vergadering van de voorloopige Kamer van Administratie.

Den 2 Maart 1822 en dus twee jaren later, werd eene 2e al gemeene vergadering gehouden en had de definitieve benoeming van de Kamer plaats.

Br.-. Frederik had niet alleen het doel, om het werken in de oude graden van Mizraïm en van het Rozenkruis te doen ophouden, maar hij wenschte daarvoor iets anders in de plaats te stellen en voerde daarom de Afdeelingen van den Meestergraad in.

De beteekenis van deze Afdeelingen had onomstootelijk ten doel zich uit te spreken over de onsterfelijkheid, waaraan verbonden was het begrip van een Heilig Opperwezen en de belooning van oprechte deugden.

Nooit is goed begrepen of er ook nog een andere reden voor die invoering bestond. Men heeft dit wel vermoed door de houding van br.-. Kinker, die met zijn kapittel „La Charité" z^jn doel niet bereikte in het Hoofdkapittel. Hij had al geijverd voor de samenvoeging van de Symbolieke graden met de Hooge graden; doch te vergeefs.

Er waren ook vrijmetselaren, die meenden, dat br.-. Frederik zich stootte aan de benaming van Souv.-. Prins van het Rozenkruis.