is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de geschiedenis van de vrijmetselarij in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brachten een rapport uit en wel den 17 Februari 1835 (17e dag, 12e maand, 5834e jaar) 1).

Dat rapport werd door de drie Buitengewone Algemeene Vergaderingen goedgekeurd en wel:

den 9 Mei 1835 in de Vergadering van de O.-. U.-. M.-.2) onder het voorzitterschap van br.-. Frederik, Prins der Neder landen, voorzitter van de Afdeelingen;

den 9 Mei 1835 in het Hoofdkapittel van het R.-.f 4) onder het voorzitterschap van br.-. G. W. Verweij Mejan, Generaal Inspecteur der Hooge graden; en

den 10 Mei 1835 in de Groote Loge van Bestuur3) onder het voorzitterschap van br.-. Frederik, Prins der Nederlanden, voorzitter der Symbolieke graden.

Deze Algemeene Bepalingen van 17 Februari 1835 werden in het Wetboek van de Nationale Groote Loge opgenomen en wel in Juni 1837.

Bij de herziening in 1865 werden die Bepalingen gehandhaafd onder de artikelen 3 tot 11, terwijl den 10 Februari 1877 die Bepalingen teruggebracht werden tot één artikel, bevattende de erkenning van de bestaande drie mac.-. machten of Rites. Den 19 Juni 1886 werd deze Bepaling nog gehandhaafd, om in 1895 geheel geschrapt te worden (zie bijlage I).

Ofschoon men te allen tijde br.-. Frederik zal bewonderen om zijn braven godsdienstzin, om zijne pogingen om de menschheid te steunen en, waar hij kon, te hulp te komen, zag de Prins zelf in, dat zijne opvattingen met het klimmen der jaren niet meer pasten in het. kader van den vooruitgang en de ontwikkeling van den menschelijken geest.

1) Zie bijlage no. 2, bladzijde 212 van de Bijdrage tot de Geschiedenis van de Nederlandsche vrijmetselarij van 1894, van br.. v. M. B.

2) Zie bijlage no. 3a, bladzijde 218 van voormelde Bijdrage.

3) Zie bijlage no. 36, bladzijde 220 van voormelde Bijdrage.

4) Zie bijlage no. 3c, bladzijde 221 van voormelde Bijdrage.