is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de geschiedenis van de vrijmetselarij in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hevensten zin van het woord, mensch te zijn, en door de openhartige mededeeling der gevoelens van anderen, daar een mensch te leeren worden, zoo als reden en pligt dit vordert; het doel der Orde kon dus voor inij niet onzeker blijven, het zelfde word ook erkend door geschiedkundige waarheden, en in het bijzonder door het Charter van 1535, waarvan u reeds kopij, en zoo ik hoop binnen drie maanden een facsimile gezonden zal worden.

Het doel mij dus zoo duidelijk bekend zijnde, moest ik met dezelfde aandacht letten op de middelen die door de Orde in het werk gesteld worden, om dat heerlijk doel te bereiken; de graden van Leerling, Medgezel en Meester-Vrijmetselaar beantwoorden daar aan vrij goed, alhoewel de Meestergraad niet geheel werd beoefend, zoo als zjj behoorde beoefend te worden. Maar niet tot deze drie graden bepaald zich het geen men Vrjjmetselarjj noemt, en die, welke zich oppergraden noemen, daar was bijna alles, of zonder zin of beteekenis en alleen in formen en plechtigheden bestaande, of dogmatiek en leerstellig en dus niet voor alle menschen, maar slechts voor sommigen aanneembaar, ja zelfs in sommigen heb ik instellingen gevonden die met het voorsz. doel geheel strijdig waren, door den eenen Broeder tot eene onbepaalde gehoorzaamheid aan zijnen Medebroeder te doen beloven, ja zelfs zweren. En zoo verre gaat men zelfs in sommige graden, dat eenigen zich Souvereinen noemen; het bespottelijke van dien tijtel daargelaten, dan is het denkbeeld, dat de eene Broeder Souverein over den anderen zou zijn, geheel tegenstrijdig met het oogmerk dezer cosmopolitische maatschappij; maar ik behoef daar over niet verder uit te wijden, en verlaat mij gerust op uw gezond oordeel, om te beoordeelen of die hooge graden middelen zijn om de Vrijmetselarij haar doel te doen bereiken. En wat mij betreft, ik verklaar U door deze op mijn woord als Vrijmetselaar, dat ik die graden, al waren z;j herkomstig van vroegere dagen dan men de BB.-, wil doen geloven, (en hoe gemaklik zou het zijn die historische onwaarheid aan te toonen,) dat ik