is toegevoegd aan uw favorieten.

Het testament van de stervende moeder der broeder-uniteit, waarin zij, te midden van haar volk en naar haar bijzonder wezen haar levensloop voleindigd hebbende, de haar door God toevertrouwde schatten onder hare zonen en erfgenamen verdeelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welgevallig is, begint te verdelgen, tot Hij het volkomen vernietigd heeft, opdat Hij alles van den grond af opbouwe en daardoor mijne ordening, tucht, opvolging en mijn geheele kerkelijke dienst zou ophouden, wat zult gij dan doen, nietige overblijfselen van mijn geestelijken en van mijn volk? Dezen raad geef ik u, mijne zonen: indien er van de predikanten eenigen overblijven, die niemand meer in eigen huis hebben, tot wien zij prediken of die dienen kunnen, laten zij Christus dienen, waar zij kunnen, in de eene of andere protestantsche kerk, die hunne diensten vraagt; bedenkt daarbij evenwel, dat gij in mijn eenvoudigheid, waarin ik u het levenslicht gegeven heb en waartoe ik u opgeleid heb, den juisten middelweg houdtf den een bij den anderen niet verdacht maakt, noch u laat gebruiken tot bestendiging van de onder hen van oudsher bestaande twisten, maar veeleer liefde, eenheid en alle gemeenschappelijk goed in de kerk poogt op te bouwen en onder het u toevertrouwde volk slechts het zuivere geloof in Christus, ijverige godsvrucht en de hope der eeuwige zaligheid poogt aan te kweeken en dit volk metterdaad daarmede het bewijs uwer afkomst tracht te geven. En gij verweesde toehoorders, zou het zoo ver komen, dat gij aan den zuiveren kerkelijken eeredienst naar de ordening der Broedergemeente niet langer kunt deel hebben, neemt dan dezen raad aan, dat gij acht geeft op hen, die zóó wandelen, gelijk gij ons ten voorbeeld hebt (Philipp. 3, 17) namelijk dezulken, die u niet leeren aardsche meesters, vaders en leidslieden te volgen,