is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de meeste menschen bestaat een neiging om te gelooven, dat al wat is, het resultaat is van iets anders, zoodat er geen plaats voor eenig oorspronkelijk nieuw maaksel overblijft. Zij die het leven bestudeeren, spreken gewoonlijk alleen maar over involutie en evolutie ; zij die den vorm bestudeeren, n.1. de moderne wetenschapsmannen, houden zich alleen maar met evolutie bezig, doch de vooruitstrevendsten onder hen beginnen nu een anderen factor te ontdekken, dien zij epigenesis genoemd hebben. Reeds in 1757 verkondigde Caspar Wolff zijn Thenrea Generationis, waarin hij aantoonde, dat er in de ontwikkeling van het ovum een reeks nieuwe verschijnselen aanwezig zijn, die in het geheel niet door het voorafgaande te voorzien waren, en Haeckel, die deze theorie onderschreef, zegt dat wij heden ten dage niet langer het recht hebben, om de epigenesis een theorie te noemen. Want zij is een feit, dat men bij de lagere vormen, waar de wisselingen snel zijn, onder een microscoop kan aantoonen. Sinds het denkvermogen aan den mensch is geschonken, is deze oorspronkelijke scheppende impuls, — epigenesis — de oorzaak van onze geheele ontwikkeling geweest. Weliswaar, bouwen wij voort op wat reeds geschapen is, maar er komt ook iets nieuws bij, te danken aan de werkzaamheid van den Geest, en zóó is het dat wij scheppers worden, want als wij alleen maar nabootsten, wat reeds door God of Engel voor ons klaargelegd was, dan zou het voor ons onmogelijk zijn om ooit scheppende intelligenties te worden : wij zouden eenvoudig navolgers zijn. En zelfs al maken wij fouten, toch kunnen wij gerust zeggen, dat wij dikwijls veel meer leeren door onze fouten dan door ons welslagen. De zonde en het lijden, waarop de vrager doelt, zijn louter het resultaat van de fouten die wij maken, en de indruk er van op ons bewustzijn maakt, dat wij langs andere lijnen gaan werken, die goed blijken te zijn — d. w. z. in harmonie met de natuur. Zoodoende is deze wereld een oefenschool en geen tranendal, waarin een grillige Godheid ons geplaatst heeft. (Zie Vraag No. 9).