is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is geen wezen ter wereld, dat zoo licht nadoet als een klein kind ; het volgt ons voorbeeld tot in de kleinste bijzonderheden, voor zoover het daartoe in staat is. De ouders dus, die hun kind goed willen opvoeden, moeten altijd oppassen, wanneer zij zich in de nabijheid van den kleine bevinden. Het geeft niet, of men het kind al leert „er maar niet op te letten" ; het kind heeft geen verstand, het redeneert niet, het kan slechts nadoen, en het kan evenmin laten om na te doen, als water kan nalaten een heuvel af te stroomen. Als wij een bepaald soort voedsel, dat misschien sterk gekruid en op Fransche manier klaar gemaakt is, voor onszelf houden en het kind iets anders geven, zeggend, dat wat wij eten niet goed voor hem is, dan zal het dan nog niet in staat zijn ons na te volgen, maar wij prenten reeds den lust naar dergelijk voedsel bij het kind in. Wanneer het opgroeit en zijn smaak kan bevredigen, zal het dit doen. Daarom behoorden nauwgezette ouders zich te onthouden van spijs en drank, die zij niet willen, dat hun kind gebruikt.

Wat de kleeding betreft, kan men zeggen, dat het kind op dat tijdstip absoluut onbewust behoort te zijn van zijn sexueele organen, en daarom moet de kleeding ten allen tijde buitengewoon los zijn. Dit is in het bijzonder noodig bij kleine jongens, want dikwijls ontstaat een hoogst verkeerde gewoonte op lateren leeftijd door wrijving van te nauwe kleeren.

Men moet ook de kwestie van straf onder de oogen zien ; straf is ook altijd een belangrijke factor voor het doen ontwaken van den geslachtsaard, en behoorde dus zorgvuldig vermeden te worden. Er is geen kind zóó weerbarstig, of het is gevoelig voor de methode van belooning voor goede daden en van weigering van voorrechten, als gevolg van ongehoorzaamheid. Bovendien erkennen wij het feit, dat slaan den aard van een hond bederft, terwijl wij er ons dikwijls over beklagen dat sommige menschen zonder ruggegraat zijn in plaats van met, d. w. z. dat zij gebrek aan wilskracht hebben. Veel daarvan komt op rekening van kastijdingen, meedoogenloos ge-