is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun tijd gekomen is om naar den Eersten Hemel te gaan, blijven zij natuurlijk niet langer in onze huizen, maar zij komen er dikwijls een bezoek brengen. Wanneer zij na verloop van tijd den Tweeden Hemel betreden, zijn zij zich niet langer van deze stoffelijke sfeer bewust, wat het bezit van een tehuis, van vrienden of verwanten betreft; men moet hen dan eerder voor het oogenblik als natuurkrachten beschouwen, want zij werken op de aarde en de menschheid precies op dezelfde manier in, als de natuurkrachten, die geen menschelijke belichaming aannemen.

Het is dus volkomen waar, dat zij gedurende geruimen tijd, nadat zij het lichaam verlaten hebben, over hun geliefden waken, en dikwijls hebben menschen, die aan het sterfbed van een moeder stonden, wier kinderen misschien eenige jaren te voren gestorven waren, opemerkt, dat zij op het punt van te sterven de kinderen om haar bed zag en uitriep : „Kijk, daar is Jantje, wat is hij een groote jongen geworden !" en zoo al meer. De omstanders zouden dat waarschijnlijk voor een hallucinatie aanzien, maar dat is het niet, en men kan constateeren, dat een bepaald verschijnsel altijd dergelijke visioenen vergezelt, n.1. wanneer iemand sterft, komt er een duisternis over hem, die hij op zich voelt nederdalen. Velen sterven, zonder de Stoffelijke Wereld nog eens aanschouwd te hebben. Dat komt door den overgang van onze lichttrillingen naar de trillingen der Begeerte Wereld, en het komt overeen met de duisternis, die op het tijdstip der kruisiging zich over de aarde uitspreidde. Bij anderen gebeurt het, dat de duisternis na een oogenblik weer optrekt en dan is die persoon helderziende, en ziet hij zoowel onze huidige wereld als de Begeerte Wereld, en daar verschijnen als vanzelf de geliefde wezens, die door de nadering van den dood, die een geboorte in hun eigen wereld beteekent, aangetrokken zijn geworden.

Men kan dus zeggen, dat onze geliefden langen tijd na hun dood in ons welzijn belang stellen, maar men moet in gedachten houden, dat de dood zelf geen verandering teweegbrengt, dat